Socialezekerheidsrecht

Beëindiging WAO-uitkering. Het Uwv Heeft de WAO-uitkering terecht beëindigd bij het bereiken van de 65-jarige…

Centrale Raad van Beroep, 30 juni 2010

Zaakgegevens

Op 30 juni 2010 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
30 juni 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09-6757 WAO
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2010:BM9851
E-mail

Samenvatting

Beëindiging WAO-uitkering. Het Uwv Heeft de WAO-uitkering terecht beëindigd bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd. In artikel 49, eerste lid, van de WAO is dit dwingendrechtelijk voorgeschreven.

Uitspraak

09/6757 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats], Oostenrijk (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 december 2009, 08/1653 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 30 juni 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Partijen hebben desgevraagd toestemming verleend voor afdoening buiten zitting.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 19 maart 2008 heeft het Uwv de uitkering van appellant ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) met ingang van 1 september 2008 beëindigd op de grond dat appellant in die maand de 65-jarige leeftijd bereikte. Bij besluit van 15 mei 2008 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 19 maart 2008 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat de beëindiging van de uitkering bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd in artikel 49, eerste lid, van de WAO dwingendrechtelijk is voorgeschreven. Naar het oordeel van de rechtbank heeft appellant geen gronden aangevoerd die zich richten tegen het bestreden besluit.

3.1. De Raad overweegt als volgt.

3.2. De Raad kan zich verenigen met het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. Ook de Raad stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat appellant in september 2008 de 65-jarige leeftijd heeft bereikt en het Uwv terecht de WAO-uitkering per 1 september 2008 heeft beëindigd.Het hoger beroepschrift van appellant bevat in wezen een herhaling van de in eerste aanleg opgeworpen gronden en heeft de Raad niet tot een ander oordeel kunnen leiden. Naar aanleiding daarvan merkt de Raad nog op dat in de onderhavige procedure enkel de intrekking van de WAO-uitkering van appellant aan de orde kan komen. De Raad verwijst in dit verband nog naar hetgeen het Uwv in zijn verweerschrift in hoger beroep heeft gesteld.

4. De Raad concludeert dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2010.

(get.). Ch. van Voorst.

(get.). M.D.F. de Moor.

RK