Socialezekerheidsrecht
Vaststelling toekenningsbesluit. Het ontbreken van gegevens die er op duiden dat de uitkering tijdens de…
Centrale Raad van Beroep, 8 juli 2010
ECLI:NL:CRVB:2010:BN1254 · Centrale Raad van Beroep · 8 juli 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2010-bn1254
Zaakgegevens
Op 8 juli 2010 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 8 juli 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09-2556 WW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2010:BN1254
Samenvatting
Vaststelling toekenningsbesluit. Het ontbreken van gegevens die er op duiden dat de uitkering tijdens de looptijd is onderbroken en heropend, is niet gebleken. Er is geen reden om aan te nemen dat de einddatum is verschoven.
Uitspraak
09/2556 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 6 april 2009, 08/1238 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 8 juli 2010.
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 mei 2010. Partijen zijn niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 23 juni 2003 heeft het Uwv appellante per 1 januari 2003 in aanmerking gebracht voor een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW), met een totale duur van vijf jaar. Bij besluit van 23 januari 2008 is gesteld dat de WW-uitkering tot en met 31 december 2008 loopt.
1.2. Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 23 januari 2008. Op 8 februari 2008 heeft het Uwv het besluit van 23 januari 2008 gecorrigeerd in die zin dat is toegelicht dat de uitkering loopt tot en met 31 december 2007 en dat deze vanaf 1 januari 2008 is stopgezet. Tevens is appellante bij die gelegenheid een brief toegezonden waarin wordt medegedeeld dat haar uitkering binnenkort afloopt. In die brief is handmatig een wijziging aangebracht en is aangegeven dat de WW-uitkering van appellante loopt tot en met 31 december 2007. Appellante heeft haar bezwaar gehandhaafd.
1.3. Bij besluit van 14 april 2008 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar ongegrond verklaard. Het Uwv heeft daarbij verwezen naar het toekenningsbesluit van 23 juni 2003 en het daarin vermelde recht met een duur van vijf jaar. Volgens het Uwv was er in het besluit van 23 januari 2008 sprake van een kennelijke verschrijving die later is gecorrigeerd, waarbij is aangegeven dat de uitkering is stopgezet.
2. Het door appellante tegen het bestreden besluit ingestelde beroep is bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij geoordeeld dat het Uwv zich terecht op het standpunt stelt dat de WW-uitkering op 31 december 2007 is afgelopen. Volgens de rechtbank mocht het Uwv de gemaakte fout herstellen. Daarbij wijst de rechtbank er op dat appellante door de mededeling dat haar uitkering eindigde, nadat deze reeds was afgelopen, geen nadelige financiële gevolgen heeft ondervonden.
3. De Raad overweegt als volgt.
3.1. De stellingen van appellante in hoger beroep komen er op neer dat zij van mening is dat de WW-uitkering ten onrechte per 1 januari 2008 is beëindigd. Dat een andere einddatum zou moeten gelden, is echter, gelet op het besluit van 23 juni 2003 en het ontbreken van gegevens die er op duiden dat de uitkering tijdens de looptijd is onderbroken en heropend, niet gebleken. Ook overigens is er in de door appellante aangevoerde omstandigheden geen reden gelegen om aan te nemen dat de einddatum is verschoven. De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.
3.2. Er is geen aanleiding om het Uwv op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de proceskosten van appellante.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2010.
(get.) H.G. Rottier.
(get.) P. Boer.
HD