Socialezekerheidsrecht
Verzoek om herziening. Geen gronden. Niet-ontvankelijkverklaring.
Centrale Raad van Beroep, 23 juli 2010
ECLI:NL:CRVB:2010:BN2286 · Centrale Raad van Beroep · 23 juli 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2010-bn2286
Zaakgegevens
Op 23 juli 2010 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 23 juli 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10-821 WAO
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2010:BN2286
Samenvatting
Verzoek om herziening. Geen gronden. Niet-ontvankelijkverklaring.
Uitspraak
10/821 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:54 in verbinding met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),
tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 15 december 2009, 09/2648 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
verzoeker
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Datum uitspraak: 23 juli 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoeker heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, een verzoek om herziening ingediend van de aangevallen uitspraak.
Bij brief van 26 maart 2010 heeft gemachtigde van verzoeker de Raad laten weten dat zij zich terugtrekt als gemachtigde.
II. OVERWEGINGEN
In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge de artikelen 6:24 en 8:88 van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het verzoek om herziening in hoger beroep.
Het ingediende verzoekschrift bevat echter geen gronden.
Naar aanleiding van de mededeling van de gemachtigde van verzoeker dat zij zich terugtrekt als gemachtigde is bij brief van 13 april 2010 verzoeker in de gelegenheid gesteld het verzuim binnen vier weken te herstellen.
Verzoeker heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Bij aangetekende brief van 18 mei 2010 is aan verzoeker nogmaals de gelegenheid geboden de gronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek kan leiden.
Verzoeker heeft ook deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Nu niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim, acht de Raad het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2010.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) A.L. de Gier.
Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.
De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.
RK