Socialezekerheidsrecht
Korting op AOW-pensioen terecht omdat appellante, na haar verhuizing naar België, niet verzekerd is geweest…
Centrale Raad van Beroep, 11 augustus 2010
ECLI:NL:CRVB:2010:BN3791 · Centrale Raad van Beroep · 11 augustus 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2010-bn3791
Zaakgegevens
Op 11 augustus 2010 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 11 augustus 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09-4185 AOW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2010:BN3791
Samenvatting
Korting op AOW-pensioen terecht omdat appellante, na haar verhuizing naar België, niet verzekerd is geweest. De Svb heeft op een niet ongeloofwaardige wijze ontkend dat het originele aanvraagformulier, waarbij door appellante is verzocht om tot de vrijwillige verzekering te worden toegelaten, door de Svb ontvangen is. Uit het enkele feit dat een aanvraag is verzonden, kan niet worden afgeleid dat die aanvraag door het bevoegde orgaan is ontvangen en ingewilligd.
Uitspraak
09/4185 AOW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats], België (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 3 juli 2009, 08/3403 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 11 augustus 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. M.J.E.M. Edelmann, advocaat te Breda, hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 juni 2010. Appellante is verschenen bij haar gemachtigde mr. Edelmann. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Zuidersma-Hovers.
II. OVERWEGINGEN
1. De Svb heeft appellante (geboren [in] 1943) bij besluit van 26 februari 2008 op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) vanaf februari 2008 een pensioen toegekend. Daarbij heeft de Svb een korting toegepast van 24% op de grond dat appellante vanaf 16 december 1995, na haar verhuizing naar België, niet verzekerd is geweest. Het bezwaar van appellante hiertegen heeft de Svb bij besluit van 25 juli 2008 (hierna: besluit op bezwaar) ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit op bezwaar ongegrond verklaard.
3.1. In hoger beroep heeft appellante evenals in beroep in hoofdzaak aangevoerd dat zij erop heeft mogen vertrouwen dat zij net als haar echtgenoot met terugwerkende kracht is toegelaten tot de vrijwillige verzekering voor de AOW, zodat de Svb ten onrechte een korting op het aan haar toegekende pensioen heeft toegepast.
3.2. De Raad onderschrijft de ter zake door de rechtbank in de aangevallen uitspraak gebezigde overwegingen en maakt deze geheel tot de zijne. In aanvulling daarop overweegt de Raad alleen nog dat de Svb op een niet ongeloofwaardige wijze heeft ontkend dat het originele aanvraagformulier van 29 november 2001, waarbij door appellante is verzocht om tot de vrijwillige verzekering te worden toegelaten, door de Svb ontvangen is. Uit het enkele feit dat een aanvraag is verzonden, kan niet worden afgeleid dat die aanvraag door het bevoegde orgaan is ontvangen en ingewilligd. Appellante kan aan de verzending van de aanvraag van 29 november 2001, nog daargelaten of er gronden zouden zijn geweest om die aanvraag in te willigen, dus niet het te honoreren vertrouwen hebben ontleend dat op haar pensioen geen korting wegens niet verzekerde jaren wordt toegepast. Temeer niet nu de Svb bij brief van 14 november 2001 uitdrukkelijk aan appellante had meegedeeld dat een verzoek om haar toe te laten tot de vrijwillige verzekering voor de AOW niet kon worden gehonoreerd.
4. Gelet op het vorenstaande slaagt het hoger beroep van appellante niet. De aangevallen uitspraak zal daarom worden bevestigd.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade als voorzitter en H.J. Simon en J.L.P.G. van Thiel als leden, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 augustus 2010.
(get.) M.M. van der Kade.
(get.) J.M. Tason Avila.
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring van verzekerden.
EV