Socialezekerheidsrecht
Weigering WIA-uitkering. Juistheid van de medische grondslag. Door appellante geen andersluidende medische…
Centrale Raad van Beroep, 27 augustus 2010
ECLI:NL:CRVB:2010:BN5536 · Centrale Raad van Beroep · 27 augustus 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2010-bn5536
Zaakgegevens
Op 27 augustus 2010 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 27 augustus 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09-6826 WIA
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2010:BN5536
Samenvatting
Weigering WIA-uitkering. Juistheid van de medische grondslag. Door appellante geen andersluidende medische gegevens naar voren gebracht. Geduide functies zijn passend te achten.
Uitspraak
09/6826 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 25 november 2009, 08/8360 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 27 augustus 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. M. Spek, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 juli 2010. Appellante was aanwezig, bijgestaan door mr. Spek, voornoemd. Voor het Uwv was aanwezig A.M. Snijders.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 24 oktober 2008 heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, gehandhaafd zijn besluit dat er voor appellante per 24 maart 2008 geen recht is ontstaan op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het door appellante tegen dit besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank - kort samengevat - overwogen dat zowel de medische als de arbeidskundige grondslag van het besluit van 24 oktober 2008 deugdelijk is.
3. In hoger beroep is verwezen naar de in bezwaar en beroep aangevoerde gronden. In het bijzonder is herhaald het standpunt dat sprake is van een situatie van geen duurzaam benutbare mogelijkheden wegens het ontbreken van zelfredzaamheid. Voorts is benadrukt dat ten onrechte geen urenbeperking op energetische gronden is aangenomen. Ten slotte is erop gewezen dat de geduide functies medisch niet geschikt zijn voor appellante, met name de functie huishoudelijk medewerker wegens het optreden van duizeligheid en flauwvallen.
4. De Raad overweegt als volgt.
4.1. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd vormt een herhaling van hetgeen reeds in beroep is aangevoerd. Nieuwe gezichtspunten zijn niet naar voren gebracht. In het bijzonder geldt dit voor de door appellante overgelegde brief van
31 maart 2010 van een neuroloog. Blijkens deze brief heeft appellante op die datum de afdeling spoedeisende hulp van het Medisch Centrum Haaglanden bezocht, omdat zij onwel is geworden. De neuroloog heeft als werkdiagnose gesteld migraine zonder aura en voorts appellante gerustgesteld en verwezen naar haar huisarts voor verdere behandeling van de migraine. In deze verklaring ziet de Raad dan ook geen onderbouwing van de door appellante ingenomen standpunten. Ook in beroep had appellante haar standpunten niet met enige medische verklaring onderbouwd. Mede gelet hierop kan de Raad zich volledig vinden in de overwegingen van de rechtbank aangaande de juistheid van de medische grondslag van het besluit van 24 oktober 2008 en maakt die tot de zijne.
4.2. De Raad is voorts van oordeel dat de rechtbank ook de grieven van appellante die zien op de medische geschiktheid van de aan de schatting ten grondslag gelegde functies afdoende heeft besproken en genoegzaam heeft gemotiveerd waarom deze grieven niet slagen. Die functies zijn, gelet op de daaraan verbonden belastende aspecten afgezet tegen de voor appellante op objectief medische gronden aangenomen beperkingen, voor appellante in medisch opzicht passend te achten.
4.3. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2010.
(get.) G. van der Wiel.
(get.) M. Mostert.
KR