Socialezekerheidsrecht

De Raad ziet aanleiding om appellant te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling…

Centrale Raad van Beroep, 3 september 2010

Zaakgegevens

Op 3 september 2010 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
3 september 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
08-6670 WAO
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2010:BN6029
E-mail

Samenvatting

De Raad ziet aanleiding om appellant te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), begroot op € 322,- voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Uitspraak

08/6670 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 21a van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 16 oktober 2008, 08/854 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[Betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene),

en

appellant

Datum uitspraak: 3 september 2010

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Bij brief van 17 juni 2010 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.

Bij brief van 22 juni 2010 heeft ing. J. Florisson, registerarbeidsdeskundige te Gouda, namens betrokkene aan de Raad verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.

Appellant heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

Artikel 21a, eerste lid, eerste volzin, van de Beroepswet bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht kan worden veroordeeld in de proceskosten.

De Raad stelt vast dat appellant het hoger beroep heeft ingetrokken en dat namens betrokkene een verzoek om veroordeling van appellant in de proceskosten van betrokkene is gedaan.

De Raad ziet aanleiding om appellant te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), begroot op € 322,- voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Wat betreft de vordering van de bij het formulier proceskosten gevoegde declaraties stelt de Raad vast, dat deze declaraties betrekking hebben op de normale kosten van een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Deze kosten vallen onder het Bpb en worden dan ook, zoals in voornoemde alinea is aangegeven, volgens dit besluit vergoed.

De proceskosten in de procedure in beroep alsmede het in eerste aanleg betaalde griffierecht dienen reeds op grond van de aangevallen uitspraak te worden vergoed.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 322,-.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 september 2010.

(get.) M.M. van der Kade.

(get.) D.W.M. Kaldenhoven.

KR