Socialezekerheidsrecht
In de gedingstukken is geen enkel bewijs voorhanden dat appellants stelling ondersteunt dat hij al in 2004…
Centrale Raad van Beroep, 8 september 2010
ECLI:NL:CRVB:2010:BN6417 · Centrale Raad van Beroep · 8 september 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2010-bn6417
Zaakgegevens
Op 8 september 2010 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 8 september 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09-497 AOW + 09-1380 AOW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2010:BN6417
Samenvatting
In de gedingstukken is geen enkel bewijs voorhanden dat appellants stelling ondersteunt dat hij al in 2004 een AOW-aanvraag heeft ingediend. Mogelijk heeft appellant destijds telefonisch contact gehad met de Svb, maar niets wijst erop dat hij daadwerkelijk een aanvraagformulier heeft ingevuld en ingediend.
Uitspraak
09/497 AOW
09/1380 AOW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats], Zwitserland (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 januari 2009, 08/1573 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 8 september 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. A. Tel, thans werkzaam bij DAS Rechtsbijstand in ’s-Hertogenbosch, hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 juni 2010. Appellant is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Tel. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N. Zuidersma-Hovers.
II. OVERWEGINGEN
1. Tussen partijen is in hoger beroep uitsluitend in geschil de vraag of appellant in 2004 een eerdere aanvraag om een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) heeft ingediend.
2. Appellant heeft daartoe aangevoerd dat hij in 2004 (telefonisch) contact heeft opgenomen met de Svb en dat hij toen een aanvraag heeft ingediend voor een AOW-pensioen. Ter ondersteuning van zijn betoog heeft appellant verklaringen overgelegd van zijn echtgenote, zwager en schoonzus.
3.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
3.2. In de gedingstukken is geen enkel bewijs voorhanden dat appellants stelling ondersteunt dat hij al in 2004 een AOW-aanvraag heeft ingediend. Mogelijk heeft appellant destijds telefonisch contact gehad met de Svb, maar niets wijst erop dat hij daadwerkelijk een aanvraagformulier heeft ingevuld en ingediend. In dit verband kan de Raad aan de overgelegde verklaringen niet de betekenis toekennen die hij daaraan gehecht wenst te zien. Met de Svb en de rechtbank komt de Raad dan ook tot het oordeel dat niet eerder dan in 2007 een aanvraag om toekenning van een AOW-pensioen is ingediend.
3.3. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
4. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade als voorzitter en H.J. Simon en J.L.P.G. van Thiel als leden, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 september 2010.
(get.) M.M. van der Kade
(get.) J.M. Tason Avila
RH