Socialezekerheidsrecht
Beëindiging ziekengeld. Geschikt voor verrichten zijn arbeid. Zorgvuldig medisch onderzoek. De in beroep…
Centrale Raad van Beroep, 8 december 2010
ECLI:NL:CRVB:2010:BO7205 · Centrale Raad van Beroep · 8 december 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2010-bo7205
Zaakgegevens
Op 8 december 2010 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 8 december 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09-74 ZW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2010:BO7205
Samenvatting
Beëindiging ziekengeld. Geschikt voor verrichten zijn arbeid. Zorgvuldig medisch onderzoek. De in beroep ingebrachte medische gegevens vormen geen reden voor een ander oordeel.
Uitspraak
09/74 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 27 november 2008, 08/4614 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 8 december 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. E. van den Boogaard, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 oktober 2010.
Appellant is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door E.C. van der Meer.
II. OVERWEGINGEN
1. Appellant, laatstelijk werkzaam als schilder/straler/spuiter en industrieel schoonmaker bij [werkgever] te [vestigingsplaats], heeft zich op 1 november 2007 vanuit een situatie waarin hij een werkloosheidsuitkering ontving wegens rug- en nekklachten ziek gemeld.
2. Bij brief van 7 maart 2008 is appellant vanwege het Uwv in kennis gesteld van een besluit, waarbij aan hem met ingang van 10 maart 2008 geen ziekengeld meer is toegekend, omdat hij op en na deze datum niet meer ongeschikt werd geacht tot het verrichten van zijn arbeid.
3. Bij besluit van 7 mei 2008 (hierna: het bestreden besluit) is het bezwaar van appellant tegen voormeld besluit ongegrond verklaard.
4. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank achtte de conclusies van de verzekeringsartsen zorgvuldig tot stand gekomen en heeft hierbij in aanmerking genomen dat de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts naast dossierstudie een eigen onderzoek hebben verricht. De rechtbank heeft verder overwogen dat de bezwaarverzekeringsarts informatie van de behandelend sector en een arbeidskundig rapport omtrent appellants werk bij zijn oordeelsvorming heeft betrokken. De rechtbank heeft voorts de reactie van de bezwaarverzekeringsarts van 3 november 2008 op de door appellant in beroep overgelegde medische verklaringen onderschreven.
5.1. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. De Raad kent voor zijn oordeelsvorming evenals de rechtbank beslissende betekenis toe aan de door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts uitgebrachte rapporten.
5.2. Naar blijkt uit het rapport van 7 maart 2008 heeft de verzekeringsarts na onderzoek van appellant vastgesteld dat appellant lage rugklachten heeft, maar niet van zodanig ernstige aard dat hij niet in staat was het als zwaar aangeduide werk als industrieel schoonmaker en straler te verrichten.
5.3. De bezwaarverzekeringsarts heeft eveneens onderkend dat appellant zwaar werk verrichtte, waarin hij blijkens arbeidskundig onderzoek volgens de werkgever goed heeft gefunctioneerd. In aanmerking genomen dat uit de gegevens van de behandelend sector niet is gebleken van evidente afwijkingen, en volgens de behandelend revalidatiearts hier sprake is van een stressgebonden chronisch lumbaal pijnsyndroom, acht de Raad de conclusie van de bezwaarverzekeringsarts voldoende onderbouwd.
5.4. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank eveneens terecht overwogen dat de in beroep ingebrachte medische gegevens geen reden vormen voor een ander oordeel.
6. Uit hetgeen is overwogen onder 5.1 tot en met 5.4 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
7. De Raad acht geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is, uitgesproken in het openbaar op 8 december 2010.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) M. Mostert.
CVG