Socialezekerheidsrecht
Niet-ontvankelijkverklaring beroep. Appellante heeft niet duidelijk kunnen maken tegen welk besluit haar bij…
Centrale Raad van Beroep, 24 december 2010
ECLI:NL:CRVB:2010:BO8965 · Centrale Raad van Beroep · 24 december 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2010-bo8965
Zaakgegevens
Op 24 december 2010 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 24 december 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10-2058 ONBEKEND
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2010:BO8965
Samenvatting
Niet-ontvankelijkverklaring beroep. Appellante heeft niet duidelijk kunnen maken tegen welk besluit haar bij de rechtbank ingediende beroep was gericht. Evenmin is zij erin geslaagd duidelijkheid te verschaffen met betrekking tot de vraag wat haar bezwaren zijn tegen de aangevallen uitspraak.
Uitspraak
10/2058 ONBEKEND
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 30 maart 2010, 09/2080 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 24 december 2010
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 november 2010. Appellante is verschenen. De Svb was vertegenwoordigd door mr. B.T.S.J. Maarschalkerweerd.
II. OVERWEGINGEN
1.1. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak overwogen dat appellante op 24 april 2009 een schrijven tot de rechtbank ’s-Gravenhage heeft gericht, dat ter behandeling als beroepschrift is doorgezonden naar de rechtbank Amsterdam.
1.2. Omdat onduidelijk was waartegen het beroep was gericht, heeft de rechtbank appellante verschillende keren gevraagd aan te geven wat het door haar bestreden besluit is. Daarbij is zij erop gewezen dat, indien zij het verzuim niet binnen de haar gestelde termijn(en) herstelt, haar beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Ondanks deze verzoeken heeft appellante geen omschrijving gegeven van het door haar bestreden besluit. Ook uit de sindsdien in grote hoeveelheden naar de rechtbank gestuurde brieven met bijlagen heeft appellante zulks niet duidelijk gemaakt.
1.3. De rechtbank heeft geconcludeerd dat niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 6:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband waarmee het beroep van appellante niet-ontvankelijk is verklaard.
2. De Raad overweegt dat appellante ook in hoger beroep niet duidelijk heeft kunnen maken tegen welk besluit haar bij de rechtbank ingediende beroep was gericht. Evenmin is zij erin geslaagd duidelijkheid te verschaffen met betrekking tot de vraag wat haar bezwaren zijn tegen de aangevallen uitspraak. Aldus is aan de Raad niet kunnen blijken van aanknopingspunten om tot een ander oordeel te komen dan het door de rechtbank in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en C.W.J. Schoor en P.J. Stolk als leden, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 december 2010.
(get.) J.W. Schuttel.
(get.) M.A. van Amerongen.
TM