Socialezekerheidsrecht

Weigering WIA-uitkering. De medische grondslag is deugdelijk. Aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst geeft…

Centrale Raad van Beroep, 29 april 2011

Zaakgegevens

Op 29 april 2011 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
29 april 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09-5945 WIA
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3157
E-mail

Samenvatting

Weigering WIA-uitkering. De medische grondslag is deugdelijk. Aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst geeft een juist beeld van de lichamelijke en psychische beperkingen.

Uitspraak

09/5945 WIA

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant] wonende te [woonplaats]hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Roemond van 21 september 2010, 08/1841 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 29 april 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft I.T. Martens, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 maart 2011. Appellant is verschenen, bijgestaan door Martens en door zijn schoondochter, [naam schoondochter] wonende te Horst. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. P.C.P. Veldman.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 30 november 2007 heeft het Uwv meegedeeld dat appellant per 7 oktober 2007 geen WIA-uitkering krijgt.

1.2. Het Uwv heeft het door appellant tegen dit besluit ingestelde bezwaar bij besluit van 10 oktober 2008 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiertoe, kort samengevat, overwogen dat de verzekeringsgeneeskundige advisering die ten grondslag ligt aan het bestreden besluit in overeenstemming is met de eisen van het Schattingsbesluit en de overigens daaraan te stellen zorgvuldigheidseisen. De rechtbank heeft voorts geen aanknopingspunten gevonden om de eindconclusies van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek in twijfel te trekken. De informatie van de behandelende sector is in voldoende mate bij de beoordeling meegenomen. Niet is gebleken dat de resultaten van de psychiatrische expertise en het neuropsychologisch onderzoek in de omschrijving van de medische beperkingen en mogelijkheden onjuist zouden zijn uitgelegd. Ten slotte is de rechtbank van oordeel dat de in het dossier aanwezige gegevens de conclusie kunnen dragen dat appellant in medisch opzicht in staat is tot het vervullen van de voor hem geselecteerde functies.

3. In hoger beroep heeft appellant zijn in eerste aanleg aangevoerde grieven herhaald en ter zitting nog nader toegelicht. Ter ondersteuning van zijn standpunt heeft hij een intakeverslag van BMC van 18 december 2009 en informatie van medisch adviseur dr. G.M.A. Clauwaert van 28 februari en 21 maart 2011 overgelegd.

4.1. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de gronden die in beroep zijn ingediend en in hoger beroep zijn herhaald afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig.

4.2. Met juistheid heeft de rechtbank geoordeeld dat de medische grondslag van het bestreden besluit deugdelijk is. Hetgeen in hoger beroep nog is aangevoerd leidt de Raad niet tot het oordeel dat de door de bezwaarverzekeringsarts aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst geen juist beeld geeft van de lichamelijke en psychische beperkingen van appellant op de datum in geding.

4.3. Met betrekking tot de in hoger beroep overgelegde medische informatie verwijst de Raad naar de reacties van de bezwaarverzekeringsarts van 15 maart en 24 maart 2011. De Raad kan zich geheel vinden in deze rapportages.

4.4. De Raad ziet geen reden voor raadpleging van een onafhankelijke neuroloog. In het dossier is zeer veel informatie van neurologen aanwezig uit de jaren 1988, 1995, 1996, 2003, 2005, 2006, 2007 en 2008. De Raad ziet niet in dat een onafhankelijke neuroloog daar nog iets aan kan toevoegen.

4.5. Het ter zitting door appellants schoondochter geschetste beeld van de cognitieve problemen van appellant leidt niet tot een andere conclusie aangezien dit beeld niet bevestigd wordt door objectieve medische gegevens.

4.6. Het hoger beroep treft dan ook geen doel.

5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen als voorzitter en G. van der Wiel en B. Barentsen als leden, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 april 2011.

(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.

(get.) D.E.P.M. Bary.

IvR