Socialezekerheidsrecht
Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Intrekking WAO-uitkering. Appellante heeft in hoger beroep gronden…
Centrale Raad van Beroep, 22 april 2011
ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5001 · Centrale Raad van Beroep · 22 april 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2011-bq5001
Zaakgegevens
Op 22 april 2011 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 april 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/6323 WAO
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5001
Samenvatting
Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Intrekking WAO-uitkering. Appellante heeft in hoger beroep gronden aangevoerd die zij reeds in beroep naar voren heeft gebracht. De Raad heeft aan de beoordeling van deze gronden door de rechtbank niets toe te voegen.
Uitspraak
09/6323 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
PROCES-VERBAAL
van de mondelinge uitspraak op 22 april 2011
Zitting heeft: J. Brand
Griffier: D.E.P.M. Bary
Uitspraak op het hoger beroep van [naam appellante] te [woonplaats] (hierna appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 13 oktober 2009, 09/50 en 09/1381,
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Ter zitting is verschenen:
Het Uwv, vertegenwoordigd door mr. W.J. Belder.
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
Bij besluit van 20 maart 2009 heeft het Uwv - wederom beslissend op bezwaar - de WAO-uitkering van appellante per 25 januari 2009 ingetrokken.
Appellante acht zich meer beperkt dan door het Uwv is aangenomen. Naar haar stelling kan zij daarom de aan de schatting ten grondslag gelegde functies niet vervullen. Zij acht het dan ook onjuist dat de rechtbank het besluit van 20 maart 2009 niet heeft vernietigd.
De Raad overweegt als volgt.
Appellante heeft in hoger beroep gronden aangevoerd die zij reeds in beroep naar voren heeft gebracht.
De rechtbank heeft deze beroepsgronden op juiste wijze in de aangevallen uitspraak weergegeven. De rechtbank heeft deze gronden beoordeeld en aangegeven waarom deze gronden niet slagen.
Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank dit met juistheid gedaan. De Raad heeft aan de beoordeling van deze gronden door de rechtbank niets toe te voegen.
De in hoger beroep ingediende brief van M. van Rooij, verbonden aan de Gelderse Roos te Arnhem, leidt niet alsnog tot het oordeel dat het besluit van 20 maart 2009 onrechtmatig is. In deze brief, die overigens niet ziet op de datum in geding, worden geen gegevens vermeld die niet reeds voor het besluit van 20 maart 2009 bekend waren. Dat op de datum in geding bij appellante sprake was van een paniekstoornis met agorafobie, een matige begaafdheid en vele lichamelijke klachten zonder stoornis is, naar volgt uit de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts die mede ten grondslag ligt aan het besluit van 20 maart 2009, niet in geschil.
Uit de brief van Van Rooij volgt niet dat de in verband hiermede door het Uwv aangenomen beperkingen onjuist zijn.
Het hoger beroep treft mitsdien geen doel.
Waarvan proces-verbaal.
(get.) J. Brand.
(get.) D.E.P.M. Bary.
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep