Socialezekerheidsrecht

Geen recht meer op een uitkering ingevolge ZW omdat betrokkene geschikt wordt geacht voor zijn arbeid als…

Centrale Raad van Beroep, 18 mei 2011

Zaakgegevens

Op 18 mei 2011 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
18 mei 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09-1423 ZW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5033
E-mail

Samenvatting

Geen recht meer op een uitkering ingevolge ZW omdat betrokkene geschikt wordt geacht voor zijn arbeid als schoonmaker.

Juistheid medische grondslag. Zorgvuldigheid medisch onderzoek. De klachten van betrokkene zijn volgens de (bezwaar)verzekeringsarts niet terug te voeren op ziekte of gebrek als bedoeld in de ZW.

Uitspraak

09/1423 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 15 januari 2009, 08/2024 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 18 mei 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft L. Öz, werkzaam bij Alyel Wet’s Winkel te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 april 2011. Appellant en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M.J.H. Maas.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Voor een weergave van de relevante feiten verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het navolgende.

1.2. Bij besluit van 24 april 2008, gehandhaafd bij besluit op bezwaar van 28 mei 2008, heeft het Uwv bepaald dat appellant met ingang van 28 april 2008 geen recht (meer) heeft op een uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) omdat hij geschikt wordt geacht voor zijn arbeid als schoonmaker.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 28 mei 2008 (hierna: bestreden besluit) ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe, kort samengevat, overwogen dat het bestreden besluit berust op een juiste medische grondslag en dat het medisch onderzoek door de (bezwaar)verzekeringsarts zorgvuldig is geweest. De klachten van appellant aan achterhoofd, nek en knieën zijn volgens de (bezwaar)verzekeringsarts niet terug te voeren op ziekte of gebrek als bedoeld in de ZW. Voorts is in de aangevallen uitspraak met verwijzing naar het rapport van de bezwaarverzekeringsarts van 22 december 2008 en de informatie van de huisarts - P.H. Speet van 2 juni 2008 - overwogen waarom de in beroep overgelegde brief van de behandelend psychiater Y. Güzelcan - van 10 december 2008 - de rechtbank niet tot een ander oordeel leidt.

3. Hetgeen in hoger beroep is aangevoerd is in grote lijnen een herhaling van hetgeen in bezwaar en beroep is aangevoerd. Ook de in hoger beroep overgelegde (para)medische gegevens werpen geen nieuw licht op de zaak, uitgaande van de datum in geding 28 april 2008. De bezwaarverzekeringsarts heeft in reactie hierop verwezen naar de eerdere rapporten van de (bezwaar)verzekeringsarts in de primaire, bezwaar- en beroepsfase. Dit geeft de Raad geen aanknopingspunten om tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank of tot het instellen van een nader medisch onderzoek.

4. Het vorenstaande leidt de Raad tot het oordeel dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. Ten slotte acht de Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van R.L. Venneman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 mei 2011.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) R.L. Venneman.

CVG