Socialezekerheidsrecht
Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Weigering WIA-uitkering. Appellante heeft in hoger beroep gronden…
Centrale Raad van Beroep, 29 april 2011
ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5063 · Centrale Raad van Beroep · 29 april 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2011-bq5063
Zaakgegevens
Op 29 april 2011 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 29 april 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10-3654 WIA
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5063
Samenvatting
Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Weigering WIA-uitkering. Appellante heeft in hoger beroep gronden aangevoerd die zij reeds in beroep naar voren heeft gebracht. De Raad heeft aan de beoordeling van deze gronden door de rechtbank niets toe te voegen.
Uitspraak
10/3654 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
PROCES-VERBAAL
van de mondelinge uitspraak op 29 april 2011
Zitting heeft: J. Brand
Griffier: R.L. Venneman
Uitspraak op het hoger beroep van [Appellante] te [woonplaats] (hierna appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 11 mei 2010, 09/1823
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Ter zitting is verschenen:
Het Uwv, vertegenwoordigd door mr. A.J.G. Lindeman.
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank ongegrond verklaard het beroep van appellante tegen het besluit van 27 mei 2009 waarbij het Uwv, beslissend op bezwaar, heeft gehandhaafd zijn besluit dat voor appellante per 11 februari 2009 geen recht is ontstaan op een uitkering op grond van de Wet WIA.
Appellante heeft in hoger beroep gronden aangevoerd die zij reeds in beroep naar voren heeft gebracht. Andere gronden dan zij reeds in beroep naar voren heeft gebracht, heeft appellante niet ingediend. Evenmin heeft appellante deze gronden anders onderbouwd dan zij in beroep heeft gedaan. Appellante heeft ook geen nieuwe stukken ingediend die haar gronden nader ondersteunen.
De rechtbank heeft de bij haar ingediende beroepsgronden op juiste wijze in de aangevallen uitspraak weergegeven. De rechtbank heeft deze gronden beoordeeld en aangegeven waarom deze gronden niet slagen.
Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank dit met juistheid gedaan. De Raad heeft aan de beoordeling van deze gronden door de rechtbank niets toe te voegen.
Het hoger beroep treft mitsdien geen doel.
Waarvan proces-verbaal.
(get.) J. Brand.
(get.) R.L. Venneman.
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep
CVG