Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep · Hoger beroep · Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2011:BR1550 · Centrale Raad van Beroep · 13 juli 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2011-br1550
Zaakgegevens
Op 13 juli 2011 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 13 juli 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09-3895 WW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2011:BR1550
Samenvatting
Proceskostenveroordeling.
Uitspraak
09/3895 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 5 juni 2009, 08/7127 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 13 juli 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft R.A.J. Hunting, werkzaam bij Hunting & Partners te Haarlem, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Op 21 april 2010 heeft het Uwv, naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van 11 maart 2009, LJN BH7780, een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij schrijven van 26 april 2010 heeft appellant de Raad doen weten het hoger beroep te handhaven en verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft de Raad bericht geen verweer te voeren tegen de gevraagde proceskostenveroordeling.
Partijen hebben desgevraagd toestemming gegeven behandeling ter zitting achterwege te laten, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Met het besluit van 21 april 2010 heeft het Uwv opnieuw op het bezwaar van appellant beslist. Dit besluit komt, gelet op de aangevoerde gronden, geheel tegemoet aan de bezwaren van appellant. Tussen partijen bestaat, gezien de inhoud van het besluit en hetgeen overigens is aangevoerd, geen geschil meer. Derhalve heeft appellant geen belang meer bij een oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak. Het hoger beroep zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.
De Raad ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 322,-;
Bepaalt dat het Uwv het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht van € 110,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door M. Greebe, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2011.
(get.) M. Greebe.
(get.) M.A. van Amerongen.
EV