Socialezekerheidsrecht
Beslag op appellants WAO-uitkering. De toetsing door de bestuursrechter, gelet op de rechtsmachtverdeling…
ECLI:NL:CRVB:2011:BR4322 · Centrale Raad van Beroep · 5 augustus 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2011-br4322
Zaakgegevens
Op 5 augustus 2011 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 5 augustus 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10-4403 WAO
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2011:BR4322
Samenvatting
Beslag op appellants WAO-uitkering. De toetsing door de bestuursrechter, gelet op de rechtsmachtverdeling tussen hem en de burgerlijke rechter, kan enkel strekken tot het beantwoorden van de vraag of het bestuursorgaan is gebleven binnen het kader van het beslag. Nu het Uwv niet binnen dit kader was gebleven heeft de rechtbank het bedrag terecht verlaagd. Vragen omtrent de juistheid van (de hoogte van) het beslag kunnen niet door de bestuursrechter worden beoordeeld.
Uitspraak
10/4403 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 27 juli 2010, 09/3554 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 5 augustus 2011
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 juli 2011. Appellant is verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. M. Sluijs.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 27 mei 2009 heeft het Uwv aan appellant medegedeeld dat door Geerlings & Hofstede Gerechtsdeurwaarders beslag is gelegd op appellants WAO-uitkering voor een bedrag van € 3.032,05.
1.2. Bij besluit van 22 juli 2009 heeft het Uwv zijn besluit van 27 mei 2009 gehandhaafd.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 22 juli 2009 gegrond verklaard. De rechtbank heeft voornoemd besluit dientengevolge vernietigd. Vervolgens heeft zij zelf in de zaak voorzien en vastgesteld dat de hoogte van het door de deurwaarder geclaimde bedrag € 2.903,78 bedraagt.
3. In hoger beroep heeft appellant gronden aangevoerd die ook reeds in beroep naar voren zijn gebracht. De gronden bevatten geen nieuwe gezichtspunten.
4.1. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de in beroep aangevoerde gronden afdoende besproken en heeft zij op juiste wijze gemotiveerd waarom die gronden niet slagen.
4.2. Met juistheid heeft de rechtbank overwogen dat de toetsing door de bestuursrechter, gelet op de rechtsmachtverdeling tussen hem en de burgerlijke rechter, enkel kan strekken tot het beantwoorden van de vraag of het bestuursorgaan is gebleven binnen het kader van het beslag. Nu het Uwv niet binnen dit kader was gebleven heeft de rechtbank zulks hersteld op een wijze als aangegeven in overweging 2. Vragen omtrent de juistheid van (de hoogte van) het beslag en daarmee verwante zaken kunnen, naar de rechtbank met juistheid heeft overwogen, niet door de bestuursrechter worden beoordeeld, omdat hij ter zake geen rechtsmacht heeft. De beantwoording van de door appellant opgeworpen vragen is aan de burgerlijke rechter.
4.3. Gelet op het hiervoor overwogene treft het hoger beroep van appellant geen doel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 augustus 2011.
(get.) J. Brand.
(get.) M.A. van Amerongen.
RK