Socialezekerheidsrecht

Afwijzing verzoek om herziening als bedoeld in art. 8:88 Awb. Geen nieuwe feiten of omstandigheden

Centrale Raad van Beroep, 12 augustus 2011

Zaakgegevens

Op 12 augustus 2011 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
12 augustus 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
10-1781 ANW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2011:BR4982
E-mail

Samenvatting

Afwijzing verzoek om herziening als bedoeld in art. 8:88 Awb. Geen nieuwe feiten of omstandigheden

Uitspraak

10/1781 ANW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

Met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van:

[Verzoekster], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: verzoekster),

om herziening van de uitspraak van de Raad van 10 februari 2010, 08/5564,

in het geding tussen

verzoekster

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 12 augustus 2011

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak van 10 februari 2010 heeft de Raad bevestigd de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 augustus 2008, nr. 07/4254.

Verzoekster heeft bij brief van 10 maart 2010 verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 10 februari 2010.

Door de Svb is op dit verzoek om herziening een reactie ingezonden, waarop vervolgens door verzoekster is gereageerd.

Verzoekster heeft haar verzoek om herziening herhaald in een brief welke bij de Raad is ontvangen op 25 januari 2011.

Het verzoek is behandeld ter zitting van de Raad op 15 juli 2011. Verzoekster is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.F.L.B. Metz.

II. OVERWEGINGEN

1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a.hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;

b.bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en

redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c.waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

2. Verzoekster heeft in haar verzoek om herziening aangevoerd dat zij het niet eens is met de uitspraak van de Raad van 10 februari 2010, omdat zij gehandicapt is en medicijnen gebruikt.

3. Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb juncto artikel 21 van de Beroepswet, een hernieuwde discussie over de betrokken uitspraak te heropenen. Het verzoek om herziening dient dan ook te worden afgewezen, nu gesteld noch gebleken is dat namens verzoekster enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in genoemde bepalingen van de Awb, naar voren is gebracht.

4. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2011.

(get.) M.M. van der Kade.

(get.) T.J. van der Torn.

EK