Socialezekerheidsrecht

WGA-vervolguitkering gebaseerd op indeling in de arbeidsongeschiktheidklasse van 35 tot 45%. Onvoldoende…

Zaakgegevens

Op 23 september 2011 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
23 september 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
10-4458 WIA
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2011:BT2602
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

WGA-vervolguitkering gebaseerd op indeling in de arbeidsongeschiktheidklasse van 35 tot 45%. Onvoldoende aanleiding voor twijfel aan de juistheid van hetgeen door de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts, waarin onder andere uitgebreid aandacht is besteed aan van de vermoeidheidsklachten na zware lichamelijke inspanning bij een verder normale en actieve dagvulling, is vastgesteld met betrekking tot het ontbreken van een medische noodzaak om een urenbeperking in de FML op te nemen.

Uitspraak

10/4458 WIA

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 6 juli 2010, 10/2 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 23 september 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A.A.M. Broos, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek heeft plaatsgevonden op 12 augustus 2011. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.H.J. Ambrosius.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank ongegrond verklaard het beroep van appellant tegen het besluit van het Uwv van 26 november 2009 en heeft zij het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Bij dit besluit heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, gehandhaafd zijn besluit appellant per 1 augustus 2009 in aanmerking te brengen voor een WGA-vervolguitkering gebaseerd op indeling in de arbeidsongeschiktheidklasse van 35 tot 45%.

1.2. De rechtbank heeft daartoe – kort samengevat – overwogen dat in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) rekening is gehouden met de verminderde psychische belastbaarheid van appellant alsmede met zijn vermoeidheidsklachten. Derhalve moet appellant op de in geding zijnde datum in staat worden geacht arbeid te verrichten die in overeenstemming is met de voor hem vastgestelde belastbaarheid. De rechtbank is voorts van oordeel dat in de verschillende arbeidskundige rapportages voldoende is gemotiveerd dat de belasting in de voor appellant geschikt geachte functies, ondanks de signaleringen, de door de rechtbank onderschreven belastbaarheid van appellant niet overschrijdt.

2.1. In hoger beroep is van de kant van appellant aangevoerd dat het Uwv ten onrechte geen urenbeperking heeft aangenomen en dat de rechtbank dit ten onrechte niet heeft onderkend. Naar de inschatting van appellant zou hij ten hoogste 25 à 30 uur per week, verdeeld over 5 dagen kunnen werken.

2.2. Nu de gronden van het hoger beroep zich uitsluitend richten tegen de aangevallen uitspraak voor zover daarin is geoordeeld dat appellant in staat wordt geacht 40 uur per week te werken, beperkt de Raad zich tot dit punt van geschil.

3.1. Uitgaande van hetgeen in de aangevallen uitspraak op dit punt door de rechtbank is overwogen, ziet de Raad in de in hoger beroep overgelegde verklaring van de huisarts van appellant gedateerd 12 oktober 2010, onvoldoende aanleiding voor twijfel aan de juistheid van hetgeen door de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts in hun rapportages van respectievelijk 15 juni 2009 en 5 november 2009, waarin onder andere uitgebreid aandacht is besteed aan van de vermoeidheidsklachten na zware lichamelijke inspanning bij een verder normale en actieve dagvulling, is vastgesteld met betrekking tot het ontbreken van een medische noodzaak om een urenbeperking in de FML op te nemen.

3.2. Het hoger beroep van appellant treft derhalve geen doel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd, voor zover aangevochten.

3.3. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en C.W.J. Schoor en J.P.M. Zeijen als leden, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 september 2011.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) I.J. Penning.