Socialezekerheidsrecht
Geen inhoudelijk geschil meer. Hoger beroep niet ontvankelijk.
Centrale Raad van Beroep, 28 oktober 2011
ECLI:NL:CRVB:2011:BU2843 · Centrale Raad van Beroep · 28 oktober 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2011-bu2843
Zaakgegevens
Op 28 oktober 2011 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 oktober 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/3824 TW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2011:BU2843
Samenvatting
Geen inhoudelijk geschil meer. Hoger beroep niet ontvankelijk.
Uitspraak
09/3824 TW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in de artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats], Spanje (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 mei 2009, 08/581,
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 28 oktober 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. C.A.J. de Roy van Zuydewijn, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 januari 2011. Namens appellante is verschenen mr. De Roy van Zuydewijn. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door I. Eijkhout LL.B. en mr. M.C.F.M. Mollee. Na het onderzoek ter zitting heeft de Raad het onderzoek heropend en het Uwv nadere vragen voorgelegd.
Het Uwv heeft op 4 juli 2011 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 11 juli 2011 is namens appellante verzocht om vergoeding van de gemaakte kosten en de wettelijke rente.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Met de nieuwe beslissing op bezwaar van 4 juli 2011 heeft het Uwv opnieuw op het bezwaar van appellante beslist. Appellante heeft de Raad bericht dat zij zich met de nieuwe beslissing op bezwaar van 4 juli 2011 kan verenigen en heeft verzocht om vergoeding van de gemaakte kosten en wettelijke rente.
Nu er tussen partijen geen door de Raad te beslechten inhoudelijk geschil meer bestaat, moet het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
De Raad wijst het verzoek van appellante toe om het Uwv te veroordelen in de vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Wat betreft de wijze waarop het Uwv de rente dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 1 november 1995, LJN ZB1495, gepubliceerd in JB 1995, 314. Het Uwv heeft bij de nieuwe beslissing op bezwaar van
4 juli 2011 reeds toegezegd de wettelijke rente aan appellante te zullen vergoeden.
De Raad ziet aanleiding om op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op een bedrag van € 644,- in beroep en op een bedrag van € 805,- in hoger beroep.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk;
Veroordeelt het Uwv tot vergoeding van wettelijke rente als hiervoor is aangegeven;
Veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1.449,--.
Bepaalt dat het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 149,-- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 oktober 2011.
(get.) M.M. van der Kade.
(get.) M.D.F. de Moor.
GdJ