Socialezekerheidsrecht
Terugvordering. Nu ook in hoger beroep de hoogte van het terug te vorderen bedrag niet is betwist en evenmin…
ECLI:NL:CRVB:2012:BV0858 · Centrale Raad van Beroep · 13 januari 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2012-bv0858
Zaakgegevens
Op 13 januari 2012 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 13 januari 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11-2961 WAO
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2012:BV0858
Samenvatting
Terugvordering. Nu ook in hoger beroep de hoogte van het terug te vorderen bedrag niet is betwist en evenmin dringende redenen zijn gesteld op grond waarvan het Uwv van terugvordering zou moeten afzien, wordt de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitspraak
11/2961 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 7 april 2011, 08/3159 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 13 januari 2012
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. P. Heijnen, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 december 2011. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Heijnen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E.M.C. Beijen.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 9 juli 2008 heeft het Uwv de over de periode van 1 oktober 2001 tot en met 29 februari 2008 uitbetaalde WAO-uitkering teruggevorderd.
1.2. Bij besluit van 23 september 2008 heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, het terug te vorderen bedrag gecorrigeerd.
2. De rechtbank heeft het tegen het besluit van 23 september 2008 ingestelde beroep van appellant ongegrond verklaard.
3. Voor de gronden van het hoger beroep heeft appellant verwezen naar hetgeen hij in de procedure met nummer 11/2948 WAO naar voren heeft gebracht.
4.1. In zijn uitspraak van 13 januari 2012, met nummer 11/2948 WAO, heeft de Raad het oordeel van de rechtbank volledig onderschreven en de in die procedure voorliggende uitspraak van de rechtbank bevestigd.
4.2. Nu ook in hoger beroep de hoogte van het terug te vorderen bedrag niet is betwist en evenmin dringende redenen zijn gesteld op grond waarvan het Uwv van terugvordering zou moeten afzien, dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom als voorzitter en J. Brand en I.M.J. Hilhorst-Hagen als leden, in tegenwoordigheid van L. van Eijndthoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 januari 2012.
(get.) T. Hoogenboom.
(get.) L. van Eijndthoven.
TM