Socialezekerheidsrecht
Bij nader besluit is volledig tegemoet gekomen aan het in hoger beroep gevraagde, er bestaat geen inhoudelijk…
ECLI:NL:CRVB:2012:BV1621 · Centrale Raad van Beroep · 20 januari 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2012-bv1621
Zaakgegevens
Op 20 januari 2012 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 20 januari 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11-3363 WIA
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2012:BV1621
Samenvatting
Bij nader besluit is volledig tegemoet gekomen aan het in hoger beroep gevraagde, er bestaat geen inhoudelijk geschil meer. Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard, met veroordeling van het Uwv in de proceskosten.
Uitspraak
11/3363 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 27 april 2011, 11/272 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).
Datum uitspraak: 20 januari 2012
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. R.G. van den Heuvel, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft op 3 oktober 2011 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 1 november 2011 is namens appellant aan de Raad bericht dat met het besluit van 3 oktober 2011 aan het gevraagde in hoger beroep volledig tegemoet is gekomen en is de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Het Uwv heeft bericht geen gebruik te maken van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad overweegt dat, nu er tussen partijen geen door de Raad te beslechten inhoudelijk geschil meer bestaat, het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard wegens het ontbreken van proces-belang.
2. De Raad ziet aanleiding om op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht het Uwv te veroordelen in de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken. Aangezien het Uwv in de beslissing op bezwaar van 3 oktober 2011 al heeft besloten tot vergoeding van de in bezwaar gemaakte kosten staat de Raad nog ter beoordeling de in beroep en hoger beroep gemaakte proceskosten. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 874,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 437,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
Veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.311,-;
Bepaalt dat het Uwv aan appellant het door hem in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van € 153,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2012.
(get.) J.W. Schuttel.
(get.) J.A. Achterberg.
GdJ