Socialezekerheidsrecht
Toekenning AOW-pensioen van 20% van het maximale AOW-bedrag. De Raad is, evenals de rechtbank, van oordeel…
ECLI:NL:CRVB:2012:BV2373 · Centrale Raad van Beroep · 3 februari 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2012-bv2373
Zaakgegevens
Op 3 februari 2012 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 3 februari 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11-2157 AOW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2012:BV2373
Samenvatting
Toekenning AOW-pensioen van 20% van het maximale AOW-bedrag. De Raad is, evenals de rechtbank, van oordeel dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. Aan appellant kan worden toegegeven dat in de aangevallen uitspraak enkele data onjuist zijn vermeld, doch deze verschrijvingen geven geen aanleiding het beroep van appellant ontvankelijk te verklaren. Van een verschoonbare overschrijding van de termijn is ook de Raad niet gebleken. Appellant heeft voorts in hoger beroep geen gronden naar voren gebracht die voor de onderhavige beoordeling van belang zijn.
Uitspraak
Inhoudsopgave
11/2157 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] Curaçao (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 16 maart 2011, 10/6020
(hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 3 februari 2012
I PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 december 2011. Appellant is daarbij - met bericht van verhindering - niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.J. Oudenes.
II OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 24 juli 2009 heeft de Svb aan appellant medegedeeld dat hij met ingang van maart 2010 een pensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) ontvangt van 18% van het maximale AOW-bedrag.
1.2. Bij beslissing op bezwaar van 22 december 2009 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar tegen het besluit van 24 juli 2009 gegrond verklaard en aan appellant een
AOW-pensioen toegekend van 20% van het maximale bedrag aan AOW-pensioen.
1.3. Bij brief van 20 oktober 2010, door de rechtbank Breda ontvangen op
29 oktober 2010, heeft appellant beroep ingesteld. De rechtbank Breda heeft dit beroepschrift met toepassing van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht doorgezonden aan de rechtbank Amsterdam.
Bij de aangevallen uitspraak is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat appellant het beroepschrift niet tijdig heeft ingediend en dat de overschrijding van de termijn niet verschoonbaar kan worden geacht.
Appellant heeft in hoger beroep gewezen op enkele fouten in de aangevallen uitspraak en voorts dat het uitzendbureau [naam uitzendbureau] voor welk bureau hij vroeger heeft gewerkt, zijn pensioenaanspraken niet goed heeft geregeld.
De Raad overweegt als volgt.
De Raad is, evenals de rechtbank, van oordeel dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. Aan appellant kan worden toegegeven dat in de aangevallen uitspraak enkele data onjuist zijn vermeld, doch deze verschrijvingen geven geen aanleiding het beroep van appellant ontvankelijk te verklaren. Van een verschoonbare overschrijding van de termijn is ook de Raad niet gebleken. Appellant heeft voorts in hoger beroep geen gronden naar voren gebracht die voor de onderhavige beoordeling van belang zijn.
Het onder 4.1 overwogene leidt tot de conclusie dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de Raad geen aanleiding.
III BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van H.L. Schoor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 februari 2012.
(get.) J.P.M. Zeijen.
(get.) H.L. Schoor.
TM