Socialezekerheidsrecht
Intrekking WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.
Centrale Raad van Beroep, 1 februari 2012
ECLI:NL:CRVB:2012:BV3876 · Centrale Raad van Beroep · 1 februari 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2012-bv3876
Zaakgegevens
Op 1 februari 2012 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 1 februari 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11-1411 WAO
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2012:BV3876
Samenvatting
Intrekking WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.
Uitspraak
11/1411 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 20 januari 2011, 10/708 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).
Datum uitspraak: 1 februari 2012
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. E. Wolter, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 december 2011. Voor appellante is verschenen mr. Wolter. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door
E.C. van der Meer.
II. OVERWEGINGEN
1. De rechtbank heeft op grond van de in de aangevallen uitspraak weergegeven overwegingen het beroep van appellante gericht tegen het besluit van 29 januari 2010 (bestreden besluit) - waarbij het Uwv, beslissend op bezwaar, heeft gehandhaafd het besluit de WAO-uitkering van appellante per 1 november 2009 in te trekken - ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank - voor zover hier van belang - het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geen reden gezien om te twijfelen aan de juistheid van de door de (bezwaar)verzekeringsarts vastgestelde medische beperkingen. Voorts heeft de rechtbank de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onderschreven.
3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat het Uwv onvoldoende rekening heeft gehouden met haar beperkingen. Aangevoerd is dat de intrekking van de WAO-uitkering, die jarenlang berekend werd naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, niet juist is omdat de medische situatie per 1 november 2009 ongewijzigd is. Voorts is aangevoerd dat het Uwv bij een herbeoordeling in 2007 ten onrechte een urenbeperking heeft laten vervallen.
4.1. De Raad overweegt als volgt.
4.2. De door appellante in hoger beroep ingediende gronden zijn in essentie een herhaling van gronden die ook in beroep zijn aangevoerd. De rechtbank heeft die gronden besproken en beoordeeld. De Raad kan zich zowel in die bespreking als in de beoordeling geheel vinden.
4.3. Ook de namens appellante op 8 december 2011 ingezonden brief maakt de beoordeling niet anders, aangezien met deze brief geen nieuw licht wordt geworpen op de reeds eerder ingediende gronden.
4.4. Ten aanzien van het laten vervallen van de urenbeperking in 2007 wordt overwogen dat de medische beoordeling in 2007 in deze procedure niet in geding is, zodat de grief hiertegen geen doel treft. De Raad kan zich zoals reeds volgt uit overweging 4.2 ook met het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het niet aangewezen zijn van een urenbeperking per 1 november 2009 - de datum in geding in deze procedure - verenigen.
4.5. Gelet op hetgeen is overwogen in 4.2, 4.3 en 4.4 dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van L. van Eijndthoven als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2012.
(get.) J. Brand.
(get.) L. van Eijndthoven.
KR