Socialezekerheidsrecht
Weigering nabestaanden- en een halfwezenuitkering. De echtgenoot van appellante was op de dag van overlijden…
Centrale Raad van Beroep, 6 april 2012
ECLI:NL:CRVB:2012:BW1060 · Centrale Raad van Beroep · 6 april 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2012-bw1060
Zaakgegevens
Op 6 april 2012 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 6 april 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11-5629 ANW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2012:BW1060
Samenvatting
Weigering nabestaanden- en een halfwezenuitkering. De echtgenoot van appellante was op de dag van overlijden niet verzekerd. Appellante is geen nabestaande en haar kinderen zijn geen halfwezen in de zin van de ANW.
Uitspraak
11/5629 ANW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats], Marokko (appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 mei 2011, 10/5981 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb).
Datum uitspraak: 6 april 2012
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 februari 2012. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H.S. van Zanten.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 30 juli 2010 heeft de Svb geweigerd aan appellante een nabestaanden- en een halfwezenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) toe te kennen. Ter motivering wordt opgemerkt dat de echtgenoot van appellante op de datum van overlijden niet verzekerd was voor de ANW.
2. Bij beslissing van 27 oktober 2010 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar tegen het besluit van 30 juli 2010 ongegrond verklaard.
3. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
4. In hoger beroep heeft appellante als beroepsgrond naar voren gebracht dat haar overleden echtgenoot regelmatig in Nederland heeft gewerkt. Met zijn overlijden is zijn gezin, met twee kinderen, zonder bron van inkomsten komen te zitten.
5. Het hoger beroep slaagt niet.
6. In artikel 1, aanhef, en onder d, van de ANW, is bepaald dat onder nabestaande wordt verstaan de echtgenoot van degene die op de dag van overlijden verzekerd is op grond van de ANW. In artikel 13, eerste lid, van de ANW, is bepaald dat verzekerd is op grond van de ANW degene die ingezetene is of die geen ingezetene is, doch ter zake van in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen. Uit de gedingstukken blijkt dat de echtgenoot van appellante op de dag van zijn overlijden in Marokko verbleef en geen arbeid in Nederland verrichtte, zodat hij op die dag niet verzekerd was op grond van artikel 13 van de ANW. Gesteld noch gebleken is dat de echtgenoot van appellante op grond van enige andere bepaling van nationaal of internationaal recht als verzekerde ingevolge de ANW kan worden aangemerkt. Het vorenstaande brengt mee dat appellante geen nabestaande is en haar kinderen geen halfwezen zijn in de zin van de ANW. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit dan ook met recht ongegrond verklaard.
7. De Raad ziet geen aanleiding toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
recht doende,
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 april 2012.
(get.) H.J. Simon.
(get.) I.J. Penning.
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip verzekerde.
JL