Socialezekerheidsrecht
Bezwaar niet-ontvankelijk. De passage in de brief van 26 februari 2010 betreffende de aanpassingen die…
Centrale Raad van Beroep, 12 april 2012
ECLI:NL:CRVB:2012:BW3741 · Centrale Raad van Beroep · 12 april 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2012-bw3741
Zaakgegevens
Op 12 april 2012 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 12 april 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10-6878 WSW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2012:BW3741
Samenvatting
Bezwaar niet-ontvankelijk. De passage in de brief van 26 februari 2010 betreffende de aanpassingen die appellant nodig zal hebben, heeft (slechts) het karakter van een niet bindend advies aan (het college van burgemeester en wethouders van) de gemeente die appellant een dienstbetrekking in het kader van de Wsw kan aanbieden. Nu het bezwaar niet is gericht tegen een besluit is dat bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Uitspraak
10/6878 WSW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats], (appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 10 november 2010, 10/1463 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (bestuur)
Datum uitspraak: 12 april 2012
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het bestuur heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 maart 2012. Appellant is verschenen en het bestuur heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.L.A.M. Stapert.
II. OVERWEGINGEN
1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1. Het bestuur heeft bij brief van 26 februari 2010 de beslissing medegedeeld appellant toe te laten tot de doelgroep van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). In die brief is verder gezegd dat appellant beperkingen heeft en dat hij bepaalde aanpassingen nodig heeft om met deze beperkingen te kunnen werken.
1.2. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen dit laatste onderdeel van de brief van 26 februari 2010. Dat bezwaar had betrekking op door appellant gestelde vermoeidheids- en gezondheidsklachten, die zijns inziens tot verdergaande aanpassingen aanleiding gaven.
Het bestuur heeft dat bezwaar niet-ontvankelijk verklaard bij besluit van 20 april 2010 (bestreden besluit).
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Zij onderschrijft het standpunt van het bestuur dat de passage in de brief van 26 februari 2010 betreffende de aanpassingen die appellant nodig zal hebben, (slechts) het karakter heeft van een niet bindend advies aan (het college van burgemeester en wethouders van) de gemeente die appellant een dienstbetrekking in het kader van de Wsw kan aanbieden. Nu het bezwaar niet is gericht tegen een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is dat bezwaar naar het oordeel van de rechtbank terecht niet-ontvankelijk verklaard.
3. In hoger beroep heeft appellant opnieuw gesteld dat hij gezondheids- en vermoeidheidsklachten heeft die verdergaande aanpassingen vergen dan in de brief van 26 februari 2010 zijn aangegeven.
Het bestuur acht de aangevallen uitspraak juist.
4. De Raad kan zich geheel verenigen met hetgeen de rechtbank in de aangevallen uitspraak heeft overwogen en beslist. In de grond die appellant heeft aangevoerd - die alleen betrekking heeft op het door het bestuur gegeven, niet bindende advies - is geen enkel aanknopingspunt te vinden om tot een ander oordeel te komen. De aangevallen uitspraak moet daarom worden bevestigd.
5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen, in tegenwoordigheid van B. Bekkers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 april 2012.
(get.) H.A.A.G. Vermeulen.
(get.) B. Bekkers.
HD