Socialezekerheidsrecht
Intrekking bijstand. Het bestuur heeft ter uitvoering van de tussenuitspraak (LJN BV1248) een nieuwe…
Centrale Raad van Beroep, 15 mei 2012
ECLI:NL:CRVB:2012:BW6010 · Centrale Raad van Beroep · 15 mei 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2012-bw6010
Zaakgegevens
Op 15 mei 2012 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 mei 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/5929 WWB + 12/2264 WWB
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2012:BW6010
Samenvatting
Intrekking bijstand. Het bestuur heeft ter uitvoering van de tussenuitspraak (LJN BV1248) een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. Appellant heeft geen gronden tegen het nadere besluit aangevoerd. Het bestuur heeft op juiste wijze uitvoering gegevens aan de tussenuitspraak, zodat het beroep tegen het nadere besluit ongegrond moet worden verklaard.
Uitspraak
09/5929 WWB
12/2264 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 17 september 2009, 08/2552 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het bestuur van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân (bestuur)
Datum uitspraak 15 mei 2012.
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. G.J.P.M. Grijmans, advocaat te Bolsward, hoger beroep ingesteld.
Het bestuur heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 november 2011. Appellant is, zoals tevoren bericht, niet verschenen. Het bestuur heeft zich laten vertegenwoordigen door F.B. Visser.
Na een tussenuitspraak van de Raad van 17 januari 2012, LJN BV1248, heeft het bestuur op 7 februari 2012 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Appellant heeft meegedeeld geen zienswijze naar voren te brengen.
Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in verbinding met artikel 21, eerste en zesde lid, van de Beroepswet, is afgezien van een nader onderzoek ter zitting.
Vervolgens heeft de Raad het onderzoek gesloten.
OVERWEGINGEN
1. De Raad verwijst naar zijn tussenuitspraak van 17 januari 2012 voor een uiteenzetting van de feiten waarvan hij uitgaat bij zijn oordeelsvorming. Hieraan voegt de Raad het volgende toe.
2. Het bestuur heeft bij zijn besluit van 7 februari 2012 (nadere besluit) het besluit op bezwaar van 24 september 2008 gewijzigd door het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en de datum van intrekking van bijstand vast te stellen op 9 juni 2008.
3. Nu met het nadere besluit niet geheel is tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellant, strekt het geding in hoger beroep zich, gelet op de artikelen 6:18, 6:19, eerste lid, en 6:24 van de Awb, mede uit tot dit nadere besluit.
4. Appellant heeft geen gronden tegen het nadere besluit aangevoerd. Het bestuur heeft op juiste wijze uitvoering gegevens aan de tussenuitspraak, zodat het beroep tegen het nadere besluit ongegrond moet worden verklaard.
5. Hetgeen in de tussenuitspraak en in deze uitspraak is overwogen leidt tot de hieronder vermelde beslissing.
6. Aanleiding bestaat om het bestuur te veroordelen in de proceskosten van appellant. Deze kosten worden begroot op € 644,-- in beroep en € 437,-- in hoger beroep, voor verleende rechtsbijstand, derhalve in totaal € 1.081,--.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 24 september 2008 gegrond en vernietigt dat
besluit voor zover het betrekking heeft op de datum van intrekking van de bijstand;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 7 februari 2012 ongegrond;
- veroordeelt het bestuur in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 1.081,--, te
betalen aan de griffier van de Raad;
- bepaalt dat het bestuur aan appellant het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht
van in totaal € 149,-- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.C.F. Talman, in tegenwoordigheid van J. de Jong als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2012.
(get.) J.C.F. Talman.
(get.) J. de Jong.
HD