Socialezekerheidsrecht
Weigering terug te komen van een eerder genomen besluit. Er is geen sprake van nieuwe feiten of veranderde…
ECLI:NL:CRVB:2012:BW7231 · Centrale Raad van Beroep · 1 juni 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2012-bw7231
Zaakgegevens
Op 1 juni 2012 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 1 juni 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11-1829 WAO
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2012:BW7231
Samenvatting
Weigering terug te komen van een eerder genomen besluit. Er is geen sprake van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb.
Uitspraak
11/1829 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 februari 2011, 10/935 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak 1 juni 2012.
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 mei 2012. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A. Anandbahadoer.
OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 4 februari 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, gehandhaafd zijn besluit om niet terug te komen van zijn beslissing van 13 maart 2002, waarbij appellant een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) is geweigerd.
2. De rechtbank heeft op grond van de in de aangevallen uitspraak weergegeven overwegingen het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Appellant heeft in hoger beroep naar voren gebracht hetgeen hij reeds in beroep naar voren heeft gebracht. Appellant heeft geen nieuwe gezichtspunten te berde gebracht ter zake van zijn stelling dat hij sinds 1978 onafgebroken arbeidsongeschikt is.
4.1. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de gronden die in beroep naar voren zijn gebracht en in hoger beroep zijn herhaald afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad voegt hier nog het volgende aan toe.
4.2. De stelling van appellant dat hij door het Uwv had moeten worden opgeroepen voor een medisch onderzoek, omdat hij in Nederland ziek is geworden, behoeft niet te worden besproken. In het onderhavige geval staat immers een besluit op grond van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht centraal. Mitsdien dient slechts de vraag te worden beantwoord of er sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden en zo ja, of het bestuursorgaan heeft kunnen weigeren van zijn bevoegdheid gebruik te maken om van een in rechte vaststaand besluit terug te komen. Zoals volgt uit overweging 4.1 moet deze vraag ontkennend worden beantwoord.
4.3. Gelet op de overwegingen 4.1 en 4.2 treft het hoger beroep geen doel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2012.
(get.) J. Brand.
(get.) K.E. Haan.
KR