Socialezekerheidsrecht
Indicatie voor zorg. De door appellant gewenste vergoedingen houden geen verband met het hier ter beoordeling…
Centrale Raad van Beroep, 13 juni 2012
ECLI:NL:CRVB:2012:BW8384 · Centrale Raad van Beroep · 13 juni 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2012-bw8384
Zaakgegevens
Op 13 juni 2012 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 13 juni 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11-484 AWBZ
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2012:BW8384
Samenvatting
Indicatie voor zorg. De door appellant gewenste vergoedingen houden geen verband met het hier ter beoordeling staande indicatiebesluit.
Uitspraak
11/484 AWBZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 9 december 2010, 10/2703 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)
Datum uitspraak: 13 juni 2012
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
CIZ heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 juni 2012. Appellant is niet verschenen. CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.I. Algoe.
OVERWEGINGEN
1.1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.2. Bij aanvraagformulier van 28 oktober 2009 heeft appellant CIZ verzocht hem te indiceren voor zorg (verpleging en behandeling) op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).
1.3. Bij besluit van 24 november 2009 heeft CIZ appellant vanwege een psychiatrische en een somatische aandoening geïndiceerd voor zorg: begeleiding groep klasse 3, begeleiding individueel klasse 4 en persoonlijke verzorging klasse 2, alle voor de periode van 24 november 2009 tot en met 22 april 2014.
1.4. Bij besluit van 29 juni 2010 heeft CIZ het bezwaar van appellant tegen het besluit van 24 november 2009 gegrond verklaard. Appellant is alsnog geïndiceerd voor zorg in natura, uitgedrukt in zorgzwaartepakket GGZ 5 C voor de periode van 24 november 2009 tot en met 23 november 2014.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 29 juni 2010 ongegrond verklaard.
3. Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd. Appellant wenst - kort samengevat - vergoeding van een dieetsupplement, beddengoed, een zuurstofconcentrator en hulp bij het opruimen van zijn woning. Voorts stelt appellant geen naturazorg te hebben gevraagd.
4.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.2. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd leidt niet tot het oordeel dat de aangevallen uitspraak onjuist is.
4.2.1. De door appellant gewenste vergoedingen houden geen verband met het hier ter beoordeling staande indicatiebesluit.
4.2.2. De in dit besluit genoemde leveringsvorm, zorg in natura, maakt geen bindend onderdeel uit van het indicatiebesluit, maar geeft de destijds door appellant aangegeven voorkeur aan. Het zorgkantoor gaat over de realisering van de door CIZ geïndiceerde zorg. Indien appellant thans voorkeur voor een persoonsgebonden budget heeft, kan hij dit aan het zorgkantoor meedelen.
4.3. Het hoger beroep slaagt niet, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G.M.T. Berkel-Kikkert, in tegenwoordigheid van M.R. Schuurman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 juni 2012.
(get.) G.M.T. Berkel-Kikkert.
(get.) M.R. Schuurman.
HD