Socialezekerheidsrecht
Tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:54, eerste lid, van de Awb kan geen hoger…
ECLI:NL:CRVB:2012:BX1009 · Centrale Raad van Beroep · 10 juli 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2012-bx1009
Zaakgegevens
Op 10 juli 2012 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 10 juli 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 12-250 ONBEK
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2012:BX1009
Samenvatting
Tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:54, eerste lid, van de Awb kan geen hoger beroep worden ingesteld.
Uitspraak
12/250 ONBEK
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 juni 2009, 07/4289 (aangevallen uitspraak).
Partijen:
[A. te B.] (appellant)
de besloten vennootschap Interpay Nederland B.V. (Interpay)
Datum uitspraak: 10 juli 2012
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak, waarbij met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is beslist dat de rechtbank niet bevoegd is kennis te nemen van het beroepschrift van appellant gericht tegen de brieven van Interpay van 29 november 2004, 16 augustus 2005, 4 september 2005, 25 oktober 2005 en 9 april 2006.
OVERWEGINGEN
In artikel 18, tweede lid, aanhef en onder c, van de Beroepswet is bepaald dat tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:54, eerste lid, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld.
De Raad acht zich derhalve kennelijk onbevoegd om van het door appellant ingestelde hoger beroep kennis te nemen, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door J.J.A. Kooijman, in tegenwoordigheid van P.N. Rijnsewijn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2012.
(getekend) J.J.A. Kooijman
(getekend) P.N. Rijnsewijn
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.
HD