Socialezekerheidsrecht
Geen op ZW-uitkering. Gezien WIA-uitspraak (LJN BX3131) moet appellant in staat worden geacht de functies te…
ECLI:NL:CRVB:2012:BX3144 · Centrale Raad van Beroep · 25 juli 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2012-bx3144
Zaakgegevens
Op 25 juli 2012 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 25 juli 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11-4674 ZW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2012:BX3144
Samenvatting
Geen op ZW-uitkering. Gezien WIA-uitspraak (LJN BX3131) moet appellant in staat worden geacht de functies te vervullen die hem in het kader van de WIA-beoordeling zijn voorgehouden. In hoger beroep geen medische gegevens overgelegd waaruit blijkt dat zijn medische toestand was verslechterd.
Uitspraak
11/4674 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 14 juli 2011, 11/425 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak 25 juli 2012.
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. M.A. Misker hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingezonden.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en gereageerd op de nadere stukken van appellant.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 juni 2012. Appellant en zijn gemachtigde zijn met voorafgaand bericht niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.M.J. Evers.
OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 4 november 2011 heeft het Uwv appellant met ingang van 5 november 2010 recht op (verdere) uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) ontzegd. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen dat besluit. Bij besluit van 21 december 2010 (bestreden besluit) is dat bezwaar ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep heeft appellant zijn standpunt gehandhaafd dat hij niet in staat is om (ten minste één van) de hem voorgehouden functies te vervullen die hem in het kader van de beoordeling van zijn aanspraak op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) per 28 mei 2010 waren voorgehouden. Appellant heeft aangevoerd dat het Uwv zijn medische situatie niet goed heeft ingeschat. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft appellant gewezen op de brief van de behandelend orthopedisch chirurg Kingma van 11 mei 2011, waaruit blijkt dat bij hem sprake is van een posttraumatische artrose van de rechterenkel en een brace wordt geadviseerd. Appellant heeft tevens gewezen op zijn re-integratiedossier, waaruit volgens hem naar voren komt dat hij moeilijk plaatsbaar is vanwege forse sociale en persoonlijke beperkingen.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. De Raad heeft heden uitspraak gedaan in het geding tussen partijen geregistreerd onder nummer 11/4673 WIA. Bij die uitspraak heeft de Raad geoordeeld dat appellant per 28 mei 2010 in staat moet worden geacht de functies te vervullen die hem in het kader van de beoordeling van zijn aanspraken op grond van de Wet WIA zijn voorgehouden.
4.2. Appellant heeft (ook) in hoger beroep geen medische gegevens overgelegd waaruit blijkt dat zijn medische toestand op 5 november 2010 was verslechterd ten opzichte van 28 mei 2010.
4.3. Het hoger beroep van appellant slaagt niet. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Voor een veroordeling van het Uwv tot schadevergoeding bestaat geen aanleiding. Het verzoek daartoe zal worden afgewezen.
6. Er is evenmin aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van D. Heeremans als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2012.
(getekend) H.G. Rottier
(getekend) D. Heeremans
KR