Socialezekerheidsrecht
Afwijzing verzoek om proceskostenveroordeling. De Raad stelt vast dat aan de bij besluit van 18 oktober 2011…
ECLI:NL:CRVB:2012:BY7646 · Centrale Raad van Beroep · 27 december 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2012-by7646
Zaakgegevens
Op 27 december 2012 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 december 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10-7035 WMO
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2012:BY7646
Samenvatting
Afwijzing verzoek om proceskostenveroordeling. De Raad stelt vast dat aan de bij besluit van 18 oktober 2011 toegekende vervoersvoorziening een nieuwe aanvraag ten grondslag ligt en dat de toekenning is gebaseerd op een inmiddels gewijzigde medische situatie. Onder deze omstandigheden is geen sprake van een geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen als bedoel in artikel 8:75 a van de Awb.
Uitspraak
10/7035 WMO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 26 november 2010, 10/17 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B. ] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Peel en Maas (college)
Datum uitspraak: 27 december 2012
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. W.J. Sleegers, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Bij besluit van 18 oktober 2011 heeft het college appellante in aanmerking gebracht voor het gebruik van het collectief vraagafhankelijk vervoersysteem tegen het lage Wmo-tarief.
Bij brief van 30 augustus 2012 heeft mr. W.J. Sleegers namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
Het college heeft bij brief van 12 september 2012 gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Het college stelt zich op het standpunt dat er geen aanleiding is voor het toekennen van een vergoeding van proceskosten, omdat het besluit van 18 oktober 2011 tot toekenning van een vervoersvoorziening is genomen vanwege toegenomen beperkingen van appellante bij het lopen, waardoor zij niet in staat is het openbaar vervoer te bereiken en te gebruiken. Ten tijde van het primaire besluit kon appellante geen aanspraak maken op een vervoersvoorziening.
De Raad stelt vast dat aan de bij besluit van 18 oktober 2011 toegekende vervoersvoorziening een nieuwe aanvraag (van 15 juni 2011) ten grondslag ligt en dat de toekenning is gebaseerd op een inmiddels gewijzigde medische situatie. Onder deze omstandigheden is geen sprake van een geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen als bedoel in artikel 8:75 a van de Awb. Het verzoek om een veroordeling in de proceskosten wijst de Raad daarom af.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door G.M.T. Berkel-Kikkert, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 december 2012.
(getekend) G.M.T. Berkel-Kikkert
(getekend) E. Blijleven-de Vries