Socialezekerheidsrecht
Weigering toekenning WAO-uitkering. De klachten van appellant zijn niet onderschat. Geen twijfel aan…
Centrale Raad van Beroep, 14 december 2012
ECLI:NL:CRVB:2012:BY7898 · Centrale Raad van Beroep · 14 december 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2012-by7898
Zaakgegevens
Op 14 december 2012 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 december 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11-5137 WAO
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2012:BY7898
Samenvatting
Weigering toekenning WAO-uitkering. De klachten van appellant zijn niet onderschat. Geen twijfel aan deugdelijkheid van de aan het besluit ten grondslag gelegde onderzoeken.
Uitspraak
11/5137 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 20 juli 2011, 10/5408 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B. ] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 14 december 2012
Zitting heeft: T. Hoogenboom
Griffier: G.J. van Gendt
Ter zitting zijn partijen - met voorafgaand bericht - niet verschenen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst het verzoek om toewijzing van schadevergoeding af.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Appellant heeft laatstelijk tot 28 juni 2005 aanspraak gehad op een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsuitkering (Wao). Appellant heeft op 30 december 2009 verzocht om heropening van zijn uitkering. Bij besluit van 8 november 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv het door appellant tegen het besluit van 10 mei 2010 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij het besluit van 10 mei 2010 heeft het Uwv geweigerd om aan appellant een Wao-uitkering toe te kennen.
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en appellants verzoek om schadevergoeding afgewezen. De rechtbank heeft overwogen dat het onderzoek door het Uwv, zorgvuldig is geweest.
3. In hoger beroep heeft appellant gelijke gronden aangevoerd als hij in eerste aanleg heeft gedaan. Zij strekken alle ten betoge dat de rechtbank ten onrechte het bestreden besluit in stand heeft gelaten. Appellant heeft er op gewezen dat zijn klachten zijn toegenomen, dat hij adl-afhankelijk is geworden en dat het Uwv onvoldoende medisch onderzoek heeft gedaan. Ook in hoger beroep heeft appellant gevraagd om toekenning van schadevergoeding.
4. De rechtbank heeft terecht en op de juiste gronden geoordeeld dat het Uwv bij de vaststelling van de beperkingen de klachten van appellant niet heeft onderschat dan wel hiermee onvoldoende rekening heeft gehouden. Ook in hoger beroep heeft appellant geen medische gegevens naar voren gebracht, die twijfel oproepen over de deugdelijkheid van de aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde onderzoeken.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) G.J. van Gendt (getekend) T. Hoogenboom