Socialezekerheidsrecht
Verzet niet-ontvankelijk. Niet verschoonbare termijnoverschrijding bij het indienen van een verzetschrift.
ECLI:NL:CRVB:2013:1611 · Centrale Raad van Beroep · 30 augustus 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2013-1611
Zaakgegevens
Op 30 augustus 2013 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 augustus 2013
- Datum publicatie
- 30 augustus 2013
- Zaaknummer
- 12-5132 ZW-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2013:1611
Samenvatting
Verzet niet-ontvankelijk. Niet verschoonbare
termijnoverschrijding bij het indienen van een verzetschrift.
Uitspraak
Inhoudsopgave
12/5132 ZW-V
Datum uitspraak: 30 augustus 2013
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 1 augustus 2012, 12/1776 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te[woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 2 januari 2013 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 2 januari 2013 heeft appellante verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 23 juli 2013. Appellante is verschenen. Het Uwv is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 2 januari 2013 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 22 oktober 2012 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het verzet.
De laatste dag waarop tijdig een verzetschrift kon worden ingediend, was 13 februari 2013. Het door appellante ingediende verzetschrift is gedateerd 26 maart 2013 en is op 28 maart 2013 bij de Raad ontvangen. De termijn voor het indienen van een verzetschrift is aldus - ruim - overschreden.
Als reden voor de termijnoverschrijding heeft appellante aangevoerd dat zij gedurende een langere periode in een psychische shock heeft verkeerd en dat een advocaat namens haar reeds op 22 februari 2013 een verzetschrift heeft ingediend. Ter zitting heeft appellante benadrukt dat zij veel problemen heeft ondervonden met de door haar ingeschakelde advocaten.
De Raad ziet in hetgeen appellante heeft aangevoerd geen grond voor het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. De Raad stelt vast dat het verzetschrift van
22 februari 2013 niet bij de Raad is ontvangen. Indien dit verzetschrift wel bij de Raad zou zijn ontvangen, zou het overigens (ook) te laat zijn ingediend. Volgens vaste rechtspraak (ook) van de Raad dienen de gevolgen van het handelen of nalaten van een gemachtigde in beginsel voor rekening te komen van degene die de behartiging van zijn belangen aan die gemachtigde heeft toevertrouwd.
Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van
D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
30 augustus 2013.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven