Socialezekerheidsrecht
Weigering AOW-pensioen. Niet geweest voor de AOW. Niet aannemelijk dat appellant ingezetene van Nederland is…
Centrale Raad van Beroep, 16 oktober 2013
ECLI:NL:CRVB:2013:2106 · Centrale Raad van Beroep · 16 oktober 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2013-2106
Zaakgegevens
Op 16 oktober 2013 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 oktober 2013
- Datum publicatie
- 18 oktober 2013
- Zaaknummer
- 12-6670 AOW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2013:2106
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Weigering AOW-pensioen. Niet geweest voor de AOW. Niet aannemelijk dat appellant ingezetene van Nederland is geweest of in Nederland heeft gewerkt.
Uitspraak
12/6670 AOW
Datum uitspraak: 16 oktober 2013
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
19 november 2012, 12/1272 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 september 2013. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Marijnissen.
OVERWEGINGEN
1.1. Appellant, die in Marokko woont, heeft de Svb bij aanvraagformulier van 29 december 2010 verzocht om toekenning van een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW). Op dit aanvraagformulier heeft appellant vermeld dat hij in 1946 is geboren en van 1972 tot 1976 in Nederland heeft gewerkt voor de fabriek [naam fabriek] te Utrecht.
1.2. Bij besluit van 4 april 2011 heeft de Svb met ingang van augustus 2011 een gedeeltelijk ouderdomspensioen vermeerderd met een partnertoeslag toegekend aan appellant. Bij besluit van 19 mei 2011 heeft de Svb het besluit van 4 april 2011 herzien en alsnog afwijzend beslist op de aanvraag van appellant op de grond dat niet is gebleken dat appellant voor de AOW verzekerd is geweest. Het bezwaar van appellant tegen het besluit van 4 april 2011 en het besluit van 19 mei 2011 is bij besluit van 26 januari 2012 (bestreden besluit) door de Svb ongegrond verklaard. Daartoe is overwogen dat niet aannemelijk wordt geacht dat appellant ingezetene van Nederland is geweest of in Nederland heeft gewerkt.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat - kort gezegd - de Svb toereikend onderzoek heeft verricht en dat niet aannemelijk is geworden dat appellant in Nederland voor de AOW verzekerd is geweest.
In hoger beroep heeft appellant evenals in beroep gesteld dat hij wel degelijk in Nederland heeft gewerkt. Verder heeft appellant te kennen gegeven dat hij alle relevante gegevens heeft verstrekt waarover hij beschikt.
De Raad onderschrijft wat de rechtbank daarover in de aangevallen uitspraak heeft overwogen. Aan de hand van de weinige gegevens die appellant heeft verstrekt kan niet worden vastgesteld dat appellant in Nederland heeft gewerkt of gewoond. De Svb heeft onder meer de gemeente Utrecht, het schakelregister en [naam fabriek]benaderd, maar heeft geen bevestiging gevonden voor de stelling van appellant dat hij verzekerd is geweest voor de AOW.
Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep van appellant niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen grond.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 oktober 2013.
(getekend) E.E.V. Lenos
(getekend) K.E. Haan
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH
’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.
JvC
DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) confirme la décision attaquée.
Par conséquent, décidée par E.E.V. Lenos, en présence de K.E. Haan en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 16 octobre 2013.
Les parties disposent d’un délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas : Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL 2500 EH ’s-Gravenhage) au titre de laviolation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assurés.