Socialezekerheidsrecht
Intrekking hoger beroep door het bestuursorgaan. Toewijzing verzoek om veroordeling van appellant in de…
Centrale Raad van Beroep, 23 oktober 2013
ECLI:NL:CRVB:2013:2200 · Centrale Raad van Beroep · 23 oktober 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2013-2200
Zaakgegevens
Op 23 oktober 2013 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 oktober 2013
- Datum publicatie
- 25 oktober 2013
- Zaaknummer
- 11-5190 AWBZ
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2013:2200
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Intrekking hoger beroep door het bestuursorgaan. Toewijzing verzoek om veroordeling van appellant in de proceskosten.
Uitspraak
Datum uitspraak: 23 oktober 2013
11/5190 AWBZ, 12/2273 AWBZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 21a van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 28 juli 2011, 10/1171 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg (appellant)
[Betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Bij brief van 6 augustus 2013 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Bij brief van 13 augustus 2013 heeft mr. L.J. van der Veen, advocaat, namens betrokkene aan de Raad verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.
Appellant heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
OVERWEGINGEN
Artikel 21a, eerste lid, eerste volzin, van de Beroepswet bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht kan worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad stelt vast dat appellant het hoger beroep heeft ingetrokken en dat namens betrokkene een verzoek om veroordeling van appellant in de proceskosten van betrokkene is gedaan.
Aangezien de rechtbank al een veroordeling in de proceskosten en het griffierecht in eerste aanleg heeft uitgesproken, moet de Raad nog slechts beslissen over de in hoger beroep gemaakte proceskosten.
De Raad ziet aanleiding om appellant te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 708,- voor verleende rechtshulp in hoger beroep.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 708,-.
Deze uitspraak is gedaan door G.M.T. Berkel-Kikkert, in tegenwoordigheid van H.J. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 oktober 2013.
(getekend) G.M.T. Berkel-Kikkert
(getekend) H.J. Dekker
JvC