Socialezekerheidsrecht
Beperking van de kennisneming van de door appellant overgelegde besluiten van het Uwv is niet…
Centrale Raad van Beroep, 23 januari 2013
ECLI:NL:CRVB:2013:BY9160 · Centrale Raad van Beroep · 23 januari 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2013-by9160
Zaakgegevens
Op 23 januari 2013 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 januari 2013
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/5273 WW + 11/5274 WW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2013:BY9160
Samenvatting
Beperking van de kennisneming van de door appellant overgelegde besluiten van het Uwv is niet gerechtvaardigd. De omstandigheid dat de Raad de informatie ook bij het college had kunnen opvragen, is geen gewichtige reden als bedoeld in artikel 8:29, eerste lid, van de Awb, om het college geen kennis te laten nemen van de door appellant overgelegde informatie. Uit het feit dat het college zelf de betreffende gegevens bij het Uwv had kunnen opvragen, blijkt al dat er geen grond is om het college geen kennis te laten nemen van de vijf door appellant overgelegde besluiten van het Uwv. De door appellant overgelegde besluiten van het Uwv zullen aan hem worden teruggezonden, met de uitnodiging deze stukken desgewenst weer in te zenden.
Uitspraak
11/5273 WW en 11/5274 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
BESLISSING
inzake de toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen
[A. te B.]
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen (college)
INLEIDING
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 25 juli 2011, 08/2481 en 09/26.
Bij faxbericht van 8 november 2012 heeft appellant gereageerd op een verzoek van de Raad om nadere stukken in te zenden. Daarin heeft appellant kenbaar gemaakt dat hij er bezwaar tegen heeft als de Raad de door appellant te verstrekken informatie zal doorsturen naar het college. Dit bezwaar behelst een verzoek om beperkte kennisneming in de zin van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Bij faxbericht van 23 november 2011 heeft appellant twee besluiten van het Uwv van 23 augustus 2006 over zijn recht op een werkloosheidsuitkering en een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering overgelegd. Bij faxbericht van 4 december 2012 heeft appellant twee besluiten van het Uwv van 29 oktober 2007 en één besluit van 23 november 2007 over de beëindiging, terug- en invordering van zijn werkloosheidsuitkering overgelegd.
OVERWEGINGEN
1. Op grond van artikel 8:29, eerste lid, van de Awb in samenhang met artikel 21, eerste lid, van de Beroepswet kunnen partijen die verplicht zijn stukken over te leggen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, de Raad meedelen dat uitsluitend hij kennis zal mogen nemen van de stukken. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb in samenhang met artikel 21, eerste lid, van de Beroepswet beslist de Raad of de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is.
2. De omstandigheid dat de Raad de in de Inleiding genoemde informatie ook bij het college had kunnen opvragen, is geen gewichtige reden als bedoeld in artikel 8:29, eerste lid, van de Awb, om het college geen kennis te laten nemen van de door appellant overgelegde informatie. Uit het feit dat het college zelf de betreffende gegevens bij het Uwv had kunnen opvragen, blijkt al dat er geen grond is om het college geen kennis te laten nemen van de vijf door appellant overgelegde besluiten van het Uwv.
3. De door appellant overgelegde besluiten van het Uwv zullen aan hem worden teruggezonden, met de uitnodiging deze stukken desgewenst weer in te zenden.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bepaalt dat beperking van de kennisneming van de door appellant overgelegde besluiten van het Uwv niet gerechtvaardigd is.
Deze beslissing is genomen door G.A.J. van den Hurk, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier.
(getekend) G.A.J. van den Hurk
(getekend) P. Boer
TM