Socialezekerheidsrecht
Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Weigering terug te komen van de intrekking van de WAO-uitkering. Geen…
Centrale Raad van Beroep, 18 januari 2013
ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0105 · Centrale Raad van Beroep · 18 januari 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2013-bz0105
Zaakgegevens
Op 18 januari 2013 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 januari 2013
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11-5247 WAO-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0105
Samenvatting
Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Weigering terug te komen van de intrekking van de WAO-uitkering. Geen nieuwe feiten of omstandigheden.
Uitspraak
11/5247 WAO-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 11 augustus 2011, 10/4304 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B. ] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 18 januari 2013
Zitting heeft: I.M.J. Hilhorst-Hagen
Griffier: D. Heeremans
Ter zitting is verschenen: mr. J. Koning namens het Uwv.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen de beslissing op bezwaar van 10 augustus 2010 ongegrond verklaard. Bij deze beslissing heeft het Uwv zijn besluit van 1 juni 2010 om niet terug te komen van de besluitvorming die heeft geleid tot de intrekking van de uitkering van appellant per 26 maart 2001, gehandhaafd. Het besluit van 1 juni 2010 is gebaseerd op de overweging dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die er toe leiden dat de uitkering van appellant ten onrechte zou zijn ingetrokken met ingang van 26 maart 2001.
2. Appellant heeft zich in hoger beroep op het standpunt gesteld dat zijn aanvraag om de WAO-uitkering te hervatten niet juist is beoordeeld en dat hij nog steeds volledig arbeidsongeschikt is.
3. De rechtbank heeft de bij haar ingediende beroepsgronden, die nagenoeg overeenkomen met de gronden zoals in hoger beroep aangevoerd, op juiste wijze in de aangevallen uitspraak weergegeven. De rechtbank heeft deze gronden beoordeeld en aangegeven waarom deze gronden niet slagen. De rechtbank heeft dit met juistheid gedaan. De Raad stelt zich dan ook volledig achter de overwegingen van de rechtbank en maakt deze tot de zijne. De in hoger beroep overgelegde verklaring van de reumatoloog R. Adyel, gedateerd 29 oktober 2011, kan niet tot een ander oordeel leiden, reeds omdat deze verklaring geen nieuwe medische informatie over de gezondheidstoestand van appellant per 26 maart 2001 bevat.
4. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) D. Heeremans (getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen