Socialezekerheidsrecht

Ter uitvoering van de tussenuitspraak (LJN BY4335) heeft appellant bij nader besluit het dagloon gewijzigd…

Zaakgegevens

Op 15 maart 2013 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15 maart 2013
Datum publicatie
8 april 2013
Zaaknummer
11/3227 WIA
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5912
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Ter uitvoering van de tussenuitspraak (LJN BY4335) heeft appellant bij nader besluit het dagloon gewijzigd vastgesteld. Proceskostenvergoeding.

Uitspraak

11/3227 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van

19 april 2011, 10/1453 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant)

[A. te B.] (betrokkene)

Datum uitspraak 15 maart 2013.

PROCESVERLOOP

De Raad heeft op 23 november 2012 een tussenuitspraak gedaan, LJN BY4335.

Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft appellant op 18 december 2012 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.

Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in verbinding met artikel 21, eerste en zesde lid, van de Beroepswet, is afgezien van een nader onderzoek ter zitting. Tevens is besloten de zaak te verwijzen naar een enkelvoudige kamer.

OVERWEGINGEN

1. Betrokkene ontvangt met ingang van 9 juli 2010 een WIA-uitkering, onder meer gebaseerd op een dagloon van € 152,34. Bij de gewijzigde beslissing op bezwaar heeft appellant ter uitvoering van de tussenuitspraak het dagloon vastgesteld op € 162,46. Betrokkene heeft in reactie hierop meegedeeld dat met de gewijzigde beslissing op bezwaar volledig aan zijn bezwaren is tegemoet gekomen.

2. Het hoger beroep van appellant slaagt niet. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

3. De Raad ziet aanleiding om appellant te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten worden begroot op € 1.223,14 (1 punt voor verweerschrift, 1 punt voor de zitting, 0,5 punt voor de zienswijze; in totaal 2,5 punten x € 472,- en € 43,14 aan reiskosten) voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

-bevestigt de aangevallen uitspraak;

-bepaalt dat van appellant een griffierecht van € 454,- wordt geheven;

-veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 1.223,14.

Deze uitspraak is gedaan door M.C. Bruning, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 maart 2013.

(getekend) M.C. Bruning

(getekend) M.D.F. de Moor

KR