Socialezekerheidsrecht
Geen gronden van het verzet ingediend. Verzet ongegrond.
ECLI:NL:CRVB:2013:CA1198 · Centrale Raad van Beroep · 24 mei 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2013-ca1198
Zaakgegevens
Op 24 mei 2013 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 mei 2013
- Datum publicatie
- 22 juni 2013
- Zaaknummer
- 12-3920 WWB-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2013:CA1198
Samenvatting
Geen gronden van het verzet ingediend. Verzet ongegrond.
Uitspraak
12/3920 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 13 juni 2012, 12/1305 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage
Datum uitspraak 24 mei 2013.
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 6 november 2012 heeft de Raad het namens appellante door mr. M.K. Bhadai, advocaat, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 6 november 2012 heer mr. Bhadai namens appellante verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 26 april 2013, waar partijen niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het verzet.
De Raad stelt in dat verband vast dat de gemachtigde van appellante geen gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid om binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 21 januari 2013 gestelde termijn van vier weken de gronden van het verzet in te dienen. Ook na het verstrijken van die termijn zijn geen gronden ingediend.
Van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat dit niet aan (de gemachtigde van) appellante kan worden verweten, is niet gebleken.
Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2013.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven
KR