Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep · Hoger beroep · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 28 mei 2014
ECLI:NL:CRVB:2014:1834 · Centrale Raad van Beroep · 28 mei 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2014-1834
Zaakgegevens
Op 28 mei 2014 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 mei 2014
- Datum publicatie
- 28 mei 2014
- Zaaknummer
- 12-4499 AWBZ
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2014:1834
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beëindiging AWBZ-zorg.
Uitspraak
12/4499 AWBZ
Datum uitspraak: 28 mei 2014
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 12 juli 2012, 11/3416 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
Centrum indicatiestelling zorg (CIZ)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. H.M. Mauritz, advocaat, hoger beroep ingesteld.
CIZ heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 april 2014. Appellant is met bericht niet verschenen. CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.E. Koedood.
OVERWEGINGEN
De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
Bij besluit van 17 juni 2011 heeft CIZ de aan appellant op grond van het gestelde bij of krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) toegekende zorg beëindigd.
Na bezwaar heeft CIZ deze beëindiging gehandhaafd bij besluit van 19 september 2011 (bestreden besluit).
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat CIZ bij de besluitvorming mocht afgaan op het advies van 31 augustus 2011 en het aanvullend advies van 15 maart 2012 van de medisch adviseur nu dit advies zorgvuldig tot stand is gekomen en voldoet aan de vereisten van volledigheid en inzichtelijkheid. Appellant heeft geen objectieve verifieerbare gegevens overgelegd waaruit zou kunnen blijken dat het oordeel van de medisch adviseur onjuist is. Niet is gebleken dat appellant is uitbehandeld.
Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
De rechtbank is op de in de aangevallen uitspraak weergegeven overwegingen tot het oordeel gekomen dat CIZ zich op het standpunt mocht stellen dat appellant geen aanspraak heeft op AWBZ-zorg. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig en verenigt zich met het op grond daarvan door de rechtbank gegeven oordeel.
Appellant heeft in hoger beroep geen wezenlijk nieuwe of andere gronden naar voren gebracht of redenen vermeld waarom de rechtbank tot een ander oordeel had moeten komen. Het hoger beroep slaagt daarom niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigd de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand als voorzitter en W.H. Bel en G. van Zeben-de Vries als leden, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2014.
(getekend) J. Brand
(getekend) E. Heemsbergen
ew