Socialezekerheidsrecht

Niet-ontvanklijk verklaring hoger beroep. Niet tijdige betaling griffierecht.

Centrale Raad van Beroep, 18 juni 2014

Zaakgegevens

Op 18 juni 2014 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18 juni 2014
Datum publicatie
20 juni 2014
Zaaknummer
14-1001 AWBZ
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2014:2118
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Niet-ontvanklijk verklaring hoger beroep. Niet tijdige betaling griffierecht.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2013

    ECLI:NL:RBROT:2013:9882
  2. Centrale Raad van Beroep · 18 juni 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:CRVB:2014:2118

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

Datum uitspraak: 18 juni 2014

14/1001 AWBZ

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van

19 december 2013, 13/1394 en 13/5171 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

Agis Zorgverzekeringen N.V. (Zorgkantoor)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Bij brief van 27 februari 2014 is appellante erop gewezen dat een griffierecht van € 118,- is verschuldigd, en is medegedeeld dat dit bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de bankrekening van de Centrale Raad van Beroep moet zijn bijgeschreven.

Bij aangetekende brief van 31 maart 2014 is appellante nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de datum van deze brief dient te zijn bijgeschreven op de bankrekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel contant moet zijn betaald op het bezoekadres van de Raad. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig wordt betaald, appellante er rekening mee moet houden dat het (hoger) beroep niet inhoudelijk behandeld zal worden.

Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.

Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

De Raad merkt voorts op dat het hoger beroep niet binnen de daartoe gestelde termijn bij de Raad is ingediend.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2014.

(getekend) J. Brand

(getekend) J.A. Achterberg

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

JvC