Socialezekerheidsrecht
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 11 december 2013, 13/1193 WW. Zie voor de…
ECLI:NL:CRVB:2014:2838 · Centrale Raad van Beroep · 6 augustus 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2014-2838
Zaakgegevens
Op 6 augustus 2014 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 augustus 2014
- Datum publicatie
- 26 augustus 2014
- Zaaknummer
- 13-1193 WW-R
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2014:2838
Samenvatting
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 11 december 2013, 13/1193 WW. Zie voor de gerectificeerde uitspraak ECLI:NL:CRVB:2013:3004.
Uitspraak
Inhoudsopgave
13/1193 WW-R
Datum uitspraak: 6 augustus 2014
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 11 december 2013, 13/1193 WW
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
De Raad heeft naar aanleiding van brieven van partijen vastgesteld dat zijn uitspraak van
11 december 2013 kennelijke fouten bevat in overwegingen 4.1 en 4.3.
De Raad heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over het voornemen van de Raad om de uitspraak te verbeteren.
Appellante heeft van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt. Het Uwv heeft in haar reactie meegedeeld zich geheel te kunnen vinden in de voorgestelde wijzigingen.
OVERWEGINGEN
1.1. De Raad heeft vastgesteld dat in de tweede volzin van overweging 4.1 ten onrechte staat vermeld dat de juiste einddatum twaalf maanden eerder had moeten liggen. Hier moet staan: “De juiste einddatum had tien maanden eerder moeten liggen.”
1.2. Daarnaast heeft de Raad vastgesteld dat in overweging 4.3 ten onrechte staat vermeld dat het recht van appellante wettelijk eindigde op 3 december 2011. Hier moet staan: “[…] terwijl het recht van appellante wettelijk eindigde op 3 februari 2012 […].”
De Raad zal de onder 1.1 en 1.2 vermelde vergissingen herstellen door zijn uitspraak van 11 december 2013 in de hiervoor vermelde zin te rectificeren.
Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 11 december 2013, 13/1193 WW, als volgt:
Overweging 4.1, tweede volzin, wordt gewijzigd in: “De juiste einddatum had tien maanden eerder moeten liggen.”
Overweging 4.3 wordt gewijzigd in: “Het Uwv heeft, na afweging van de belangen, door de beëindiging van de WW-uitkering te bepalen op 10 mei 2012 terwijl het recht van appellante wettelijk eindigde op 3 februari 2012, in oversteenstemming met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur gehandeld.”
Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier als voorzitter en C.C.W. Lange en F.A.M. Stroink als leden, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 augustus 2014.
(getekend) H.G. Rottier
(getekend) D.E.P.M. Bary