Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep · Hoger beroep · Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2014:3509 · Centrale Raad van Beroep · 29 oktober 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2014-3509
Zaakgegevens
Op 29 oktober 2014 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 oktober 2014
- Datum publicatie
- 29 oktober 2014
- Zaaknummer
- 14-790 WWB-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2014:3509
Samenvatting
Verzet gegrond.
Procesgang
Uitspraak · 2013
ECLI:NL:RBROT:2013:10246Centrale Raad van Beroep · 29 oktober 2014deze uitspraak
ECLI:NL:CRVB:2014:3509
Overig
Uitspraak
Inhoudsopgave
Datum uitspraak: 29 oktober 2014
14/790 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 24 december 2013, 13/1919 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellanten] te [woonplaats] (appellanten)
het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 20 mei 2014 heeft de Raad het door appellanten ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 20 mei 2014 hebben appellanten verzet gedaan.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 20 mei 2014 berust op de overwegingen dat de gronden van het hoger beroep niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 10 maart 2014 gestelde termijn zijn ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellanten niet in verzuim zijn geweest.
Gelet op het gestelde in het verzetschrift heeft de Raad aanleiding gezien appellanten opnieuw in de gelegenheid te stellen om de gronden van het hoger beroep in te dienen. Appellanten hebben van deze gelegenheid tijdig gebruik gemaakt.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van
20 mei 2014 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een veroordeling in de kosten van het verzet is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 oktober 2014.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) J.A. Achterberg