Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep · Hoger beroep · Socialezekerheidsrecht

Zaakgegevens

Op 31 oktober 2014 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
31 oktober 2014
Datum publicatie
6 november 2014
Zaaknummer
14-5249 WIA
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2014:3627
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Vervallenverklaring.

Uitspraak

Inhoudsopgave

Datum uitspraak: 31 oktober 2014

14/5249 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht tot vervallenverklaring van de uitspraak van 17 oktober 2014, 14/5249 WIA

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

OVERWEGINGEN

In de uitspraak van 17 oktober 2014 heeft de Raad het hoger beroep van appellante tegen het proces-verbaal van de behandeling ter zitting op 17 april 2014 door de rechtbank

Noord-Nederland niet-ontvankelijk verklaard.

Nadien is gebleken dat appellante al bij brief van 20 september 2014, door de Raad ontvangen op 23 september 2014, het hoger beroep heeft ingetrokken.

Nu er ten tijde van de uitspraak van 17 oktober 2014 geen hoger beroep meer aanhangig was tegen bovengenoemd proces-verbaal, bestaat aanleiding om de uitspraak van 17 oktober 2014 vervallen te verklaren.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart zijn uitspraak van 17 oktober 2014, 14/5249 WIA, vervallen.

Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 oktober 2014.

(getekend) J.P.M. Zeijen

(getekend) K.R. van Renswoude

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

JL