Socialezekerheidsrecht
Uitspraak tot rectificatie van een uitspraak van de Raad van 04-12-2013. Zie ECLI:NL:CRVB:2014:4262 voor de…
Centrale Raad van Beroep, 19 november 2014
ECLI:NL:CRVB:2014:4009 · Centrale Raad van Beroep · 19 november 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2014-4009
Zaakgegevens
Op 19 november 2014 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 november 2014
- Datum publicatie
- 2 december 2014
- Zaaknummer
- 12-3742 WIA-R
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2014:4009
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Uitspraak tot rectificatie van een uitspraak van de Raad van 04-12-2013. Zie ECLI:NL:CRVB:2014:4262 voor de gerectificeerde uitspraak.
Uitspraak
12/3742 WIA-R
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 4 december 2013, 12/3742 WIA
Partijen:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant)
[Naam B.V.], gevestigd te [vestigingsplaats] (betrokkene)
PROCESVERLOOP
Naar aanleiding van een brief van de gemachtigde van betrokkene van 6 december 2013 heeft de Raad vastgesteld dat zijn uitspraak van 4 december 2013 kennelijke fouten bevat.
De Raad heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over het voornemen van de Raad om de uitspraak te verbeteren.
De gemachtigde van betrokkene heeft bij brief van 27 januari 2014 gereageerd op de brief van de Raad van 10 januari 2014. Van partijen is geen reactie ontvangen op de brief van de Raad van 30 januari 2014.
OVERWEGINGEN
1. De Raad heeft vastgesteld dat bij de proceskostenveroordeling ten onrechte geen vergoedingen zijn toegekend voor de kosten van de door betrokkene ingeschakelde deskundige en voor de reiskosten en verletkosten van betrokkene.
2. De kosten van de deskundige worden begroot op € 338,79. De reiskosten worden begroot op € 46,- en de verletkosten op € 280,-.
3. De Raad zal de onder 1 vermelde vergissing herstellen door de onder 2 vermelde bedragen bij de proceskostenveroordeling te betrekken.
4. Overweging 5 van de uitspraak van 4 december 2013 wordt gewijzigd in:
“De Raad acht termen aanwezig om appellant te veroordelen in de proceskosten van betrokkene. Deze kosten worden begroot op € 874,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, op € 338,79 voor de kosten van de deskundige, op € 46,- voor reiskosten en op
€ 280,- voor verletkosten van betrokkene. Het totaalbedrag is € 1.538,79.
5. In de beslissing wordt het vierde gedachtestreepje gewijzigd in:
“veroordeelt het Uwv in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep tot een bedrag van
€ 1.538,79;”.
6. Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 4 december 2013 als in de overwegingen 4 en 5 van deze uitspraak is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door A.I. van der Kris als voorzitter en M. Greebe en
J.S. van der Kolk als leden, in tegenwoordigheid van W. de Braal als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 november 2014.
(getekend) A.I. van der Kris
(getekend) W. de Braal