Socialezekerheidsrecht
Uit ... de tussenuitspraak volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd, voor zover de rechtbank…
ECLI:NL:CRVB:2014:4231 · Centrale Raad van Beroep · 12 december 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2014-4231
Zaakgegevens
Op 12 december 2014 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 december 2014
- Datum publicatie
- 15 december 2014
- Zaaknummer
- 13-3490 WW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2014:4231
Samenvatting
Uit ... de tussenuitspraak volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd, voor zover de rechtbank het beroep gegrond heeft verklaard en het bestreden besluit heeft vernietigd. Vastgesteld wordt dat het Uwv inmiddels uitvoering heeft gegeven aan de tussenuitspraak, zodat er geen aanleiding is de opdracht van de rechtbank te bevestigen.
Uitspraak
Inhoudsopgave
13/3490 WW
Datum uitspraak: 12 december 2014
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de tussenuitspraak van de rechtbank Den Haag van 20 februari 2013 en tegen de uitspraak van die rechtbank van 5 juni 2013, 12/9733 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant)
[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)
PROCESVERLOOP
De Raad heeft in het geding tussen partijen op 10 september 2014 een tussenuitspraak, ECLI:NL:CRVB:2014:3060, gedaan.
Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft appellant op 15 oktober 2014 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Betrokkene is in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze over het besluit van 15 oktober 2014 naar voren te brengen. Van die gelegenheid heeft hij geen gebruik gemaakt.
De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar de enkelvoudige kamer, waarna het onderzoek is gesloten.
Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in verbinding met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb, is een nader onderzoek ter zitting achterwege gelaten.
OVERWEGINGEN
1. Bij de tussenuitspraak is geoordeeld dat appellant betrokkene ten onrechte over de periode van 1 augustus 2012 tot en met 31 oktober 2012 uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) heeft ontzegd.
2. Bij besluit van 15 oktober 2014 heeft appellant betrokkene alsnog met ingang van
1 augustus 2012 in aanmerking gebracht voor een WW-uitkering.
3. Het hoger beroep slaagt niet. Uit overweging 4.7 van de tussenuitspraak volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd, voor zover de rechtbank het beroep gegrond heeft verklaard en het bestreden besluit heeft vernietigd. Vastgesteld wordt dat appellant inmiddels uitvoering heeft gegeven aan de tussenuitspraak, zodat er geen aanleiding is de opdracht van de rechtbank te bevestigen.
4. Betrokkene heeft geen zienswijze tegen het besluit van 15 oktober 2014 naar voren gebracht. De Raad houdt het er daarom voor dat met dit besluit aan de bezwaren van betrokkene tegemoet is gekomen, zodat dit besluit niet in de beoordeling wordt betrokken.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding, nu van voor vergoeding in aanmerking komende kosten niet is gebleken.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
-
bevestigt de aangevallen uitspraak, behoudens voor zover daarbij is bepaald dat appellant opnieuw moet beslissen op het bezwaar van betrokkene tegen het besluit van 23 augustus 2012;
-
bepaalt dat van het Uwv een griffierecht van € 478,- wordt geheven
Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 december 2014.
(getekend) G.A.J. van den Hurk
(getekend) P. Boer