Socialezekerheidsrecht
Afwijzing aanvraag hoog persoonlijk kilometerbudget (pkb). Appellant kan met begeleiding met de trein reizen.
ECLI:NL:CRVB:2014:729 · Centrale Raad van Beroep · 5 maart 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2014-729
Zaakgegevens
Op 5 maart 2014 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 maart 2014
- Datum publicatie
- 5 maart 2014
- Zaaknummer
- 12-3140 VALYS
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2014:729
Samenvatting
Afwijzing aanvraag hoog persoonlijk kilometerbudget (pkb). Appellant kan met begeleiding met de trein reizen.
Uitspraak
Inhoudsopgave
12/3140 VALYS
Datum uitspraak: 5 maart 2014
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van
23 april 2012, 11/2353 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
Argonaut Advies B.V. (Argonaut)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft C.E. van der Plas-Fitzpatrick hoger beroep ingesteld.
Argonaut heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 januari 2014. Namens appellant is
Van der Plas-Fitzpatrick verschenen. Argonaut heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. E. Moerman en S.J. Heemstra, arts.
OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 24 augustus 2011 heeft Argonaut de aanvraag van appellant, strekkende tot toekenning van een hoog persoonlijk kilometerbudget (pkb) afgewezen.
1.2. Na bezwaar heeft Argonaut deze afwijzing gehandhaafd bij besluit van 12 oktober 2011 (bestreden besluit).
De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard op de grond dat - kort gezegd - Argonaut de beperkingen waardoor appellant niet zelfstandig met de trein kan reizen onderkent, maar dat hij ondanks zijn beperkingen met begeleiding met de trein kan reizen. Volgens de rechtbank heeft Argonaut de in het Protocol inzake de afhandeling van indicatieaanvragen hoog persoonlijk kilometerbudget Bovenregionaal Vervoer Gehandicapten (Protocol) juist gehanteerd en de aanvraag terecht afgewezen.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij het niet eens is met het oordeel van de rechtbank. Zijn gezondheidstoestand is verslechterd en reizen per trein is voor hem niet mogelijk. Het contact met zijn op aanzienlijke afstand wonende familie is van groot belang. Sociaal isolement dreigt. Hij heeft geen auto en zijn echtgenote heeft geen rijbewijs.
Argonaut heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De Raad overweegt het volgende.
Appellant heeft in hoger beroep geen wezenlijk nieuwe of andere gronden naar voren gebracht of redenen vermeld waarom de rechtbank tot een ander oordeel had moeten komen. Appellant heeft zich beperkt tot het herhalen van de in bezwaar en beroep aangevoerde gronden.
De rechtbank heeft deze beroepsgronden in de aangevallen uitspraak afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom Argonaut de aanvraag van appellant op goede gronden heeft afgewezen. De Raad verenigt zich met het door de rechtbank gegeven oordeel.
De bezwaararts heeft de medische situatie van appellant ten tijde van bezwaar in zijn beoordeling betrokken. Appellant heeft in hoger beroep geen medische gegevens overgelegd ter onderbouwing van zijn standpunt dat hij toen, ook met begeleiding, niet met de trein kon reizen. Voor zover de medische situatie van appellant na het bestreden besluit verder is verslechterd, valt dit buiten de beoordelingsperiode. Niet is gebleken van andere omstandigheden die ertoe leiden dat de situatie van appellant zodanig bijzonder is dat Argonaut met toepassing van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht had moeten afwijken van het Protocol.
Het hoger beroep slaagt daarom niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen als voorzitter en M.F. Wagner en
D.S. de Vries als leden, in tegenwoordigheid van J.C. Hoogendoorn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2014.
(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen
(getekend) J.C. Hoogendoorn