Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep niet-ontvankelijk. Appellant is overleden. Niet kan worden gezegd dat de overledene enig belang…
Centrale Raad van Beroep, 26 augustus 2015
ECLI:NL:CRVB:2015:2957 · Centrale Raad van Beroep · 26 augustus 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2015-2957
Zaakgegevens
Op 26 augustus 2015 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 augustus 2015
- Datum publicatie
- 31 augustus 2015
- Zaaknummer
- 12-6898 AWBZ
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2015:2957
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Hoger beroep niet-ontvankelijk. Appellant is overleden. Niet kan worden gezegd dat de overledene enig belang heeft bij de voortzetting van het geding. Erfgenamen zijn niet bekend. Na de oproep in de Staatscourant hebben geen belanghebbenden verzocht als partij aan het geding te mogen deelnemen.
Uitspraak
12/6898 AWBZ
Datum uitspraak: 26 augustus 2015
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van
16 november 2012, 12/1926 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
Achmea Zorgkantoor N.V. (Zorgkantoor)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. E.J. Bakker, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Zorgkantoor heeft een verweerschrift ingediend.
Appellant is op 16 juli 2013 overleden.
Bij brief van 21 januari 2015 heeft mr. Bakker de Raad bericht dat zij niet zal optreden namens eventuele erfgenamen van appellant.
De Raad heeft gelet op het bepaalde in artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de Staatscourant van 16 juni 2015 aangekondigd dat het onderzoek ter zitting zal plaatsvinden op 15 juli 2015.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 juli 2015. Van de zijde van de erfgenamen van appellant is niemand verschenen. Het Zorgkantoor heeft zich laten vertegenwoordigen door K.A.H. van Doorn-Veerman.
OVERWEGINGEN
Naar het oordeel van de Raad is het hoger beroep gelet op de hiervoor onder het procesverloop beschreven feiten niet (langer) ontvankelijk. Daartoe overweegt de Raad als volgt.
Appellant is op 16 juli 2013 overleden. Niet kan worden gezegd dat de overledene enig belang heeft bij de voortzetting van het geding. Erfgenamen die appellant als partij in het onderhavige geding zijn opgevolgd en het geding zouden willen voortzetten zijn de Raad niet bekend. Na de oproep van de Raad in de Staatscourant hebben geen belanghebbenden verzocht als partij aan het geding te mogen deelnemen.
Op grond van het voorgaande wordt geoordeeld dat het processuele belang aan de beoordeling van het hoger beroep is komen te ontvallen, zodat het hoger beroep
niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van J.R. van Ravenstein als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 augustus 2015.
(getekend) J. Brand
(getekend) J.R. van Ravenstein