Socialezekerheidsrecht
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 16 juli 2015, 13/5498 WUBO en 14/383, zie…
Centrale Raad van Beroep, 3 september 2015
ECLI:NL:CRVB:2015:2997 · Centrale Raad van Beroep · 3 september 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2015-2997
Zaakgegevens
Op 3 september 2015 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 september 2015
- Datum publicatie
- 3 september 2015
- Zaaknummer
- 13/5498 WUBO-R
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2015:2997
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 16 juli 2015, 13/5498 WUBO en 14/383, zie ECLI:NL:CRVB:2015:2996 voor de gerectificeerde tekst.
Uitspraak
13/5498 WUBO-R, 14/383 AOR-R
Datum uitspraak: 3 september 2015
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 16 juli 2015, 13/5498 WUBO en 14/383 AOR
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder)
PROCESVERLOOP
Naar aanleiding van een brief van mr. J.C.M. van Brekel, advocaat, heeft de Raad vastgesteld dat zijn uitspraak van 16 juli 2015 een kennelijke fout bevat.
De Raad heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over het voornemen van de Raad om de uitspraak te verbeteren.
A.T.M. Vroom-van Berckel heeft bij brief van 11 augustus 2015 namens verweerder bericht geen bezwaar te hebben tegen de voorgenomen beperkte verbeteringen van de uitspraak.
OVERWEGINGEN
1. De Raad heeft vastgesteld dat in de beslissing van de uitspraak ten onrechte is bepaald dat de Raad aan appellant een vergoeding van het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 44,- heeft toegekend. Dit had € 88,- moeten zijn.
2. De Raad zal de onder 1 vermelde vergissing herstellen door de uitspraak van 16 juli 2015 met het hiervoor vermelde verschil te rectificeren.
3. Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 16 juli 2015, 13/5498 WUBO en 14/383 AOR, als volgt:
de bepaling in de beslissing over de vergoeding van het griffierecht wordt gewijzigd in:
“- bepaalt dat verweerder appellant het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van in totaal € 88,- vergoedt.”
Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend als voorzitter en C.H. Bangma en
R.P.Th. Elshoff als leden, in tegenwoordigheid van B. Rikhof als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 september 2015.
(getekend) B.J. van de Griend
(getekend) B. Rikhof