Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep niet-ontvankelijk. Ter uitvoering van de tussenuitspraak (ECLI:NL:CRVB:2014:3608) heeft het…
ECLI:NL:CRVB:2015:3094 · Centrale Raad van Beroep · 11 september 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2015-3094
Zaakgegevens
Op 11 september 2015 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 september 2015
- Datum publicatie
- 11 september 2015
- Zaaknummer
- 11-4467 AWBZ
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2015:3094
Samenvatting
Hoger beroep niet-ontvankelijk. Ter uitvoering van de tussenuitspraak (ECLI:NL:CRVB:2014:3608) heeft het Zorgkantoor een nieuwe beslissing op bezwaar ingezonden. Tussen partijen bestaan geen geschilpunten meer.
Uitspraak
Inhoudsopgave
11/4467 AWBZ
Datum uitspraak: 11 september 2015
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van
21 juni 2011, 09/1135 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
de erven van [Betrokkene], laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellanten)
CZ Zorgkantoor B.V. (Zorgkantoor)
PROCESVERLOOP
De Raad heeft in het geding tussen partijen op 5 november 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3608, een tussenuitspraak gedaan.
Ter uitvoering van die tussenuitspraak heeft het Zorgkantoor
een nieuwe beslissing op bezwaar van 27 november 2014 ingezonden.
Namens appellanten heeft H.F.J.M. Meijs een zienswijze over dit nieuwe besluit ingestuurd.
Partijen hebben nadere stukken ingediend.
De zaak is ter zitting behandeld op 31 juli 2015. Appellanten hebben zich laten vertegenwoordigen door H.F.J.M. Meijs. Het Zorgkantoor heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N. Baytemir.
OVERWEGINGEN
1. Bij de beslissing op bezwaar van 27 november 2014 heeft het Zorgkantoor, zoals opgedragen in de tussenuitspraak, de eigen bijdrage over de periode van 1 januari 2004 tot en met 1 januari 2005 voor zorg met verblijf opnieuw berekend. Ter zitting is komen vast te staan dat naar aanleiding van dat besluit tussen partijen geen geschilpunten meer bestaan.
2. Het hoger beroep zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard nu niet is gebleken van enig belang bij een beoordeling van het hoger beroep.
3. Aanleiding bestaat het Zorgkantoor te veroordelen in de proceskosten van appellanten in beroep en hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 29,26 in beroep voor reiskosten en de kosten van een uittreksel uit de basisadministratie en op € 111,76 in hoger beroep voor reiskosten, in totaal € 141,02.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
- veroordeelt het Zorgkantoor in de proceskosten van appellanten tot een bedrag van € 141,02;
- bepaalt dat het Zorgkantoor aan appellanten het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 169,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van B. Fotchind als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 september 2015.
(getekend) H.C.P. Venema
(getekend) B. Fotchind