Socialezekerheidsrecht
Weigering kinderbijslag. Niet aannemelijk gemaakt dat het kind in belangrijke mate is onderhouden.
ECLI:NL:CRVB:2015:814 · Centrale Raad van Beroep · 27 februari 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2015-814
Zaakgegevens
Op 27 februari 2015 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 februari 2015
- Datum publicatie
- 18 maart 2015
- Zaaknummer
- 13-5516 AKW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2015:814
Samenvatting
Weigering kinderbijslag. Niet aannemelijk gemaakt dat het kind in belangrijke mate is onderhouden.
Uitspraak
Inhoudsopgave
13/5516 AKW
Datum uitspraak: 27 februari 2015
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam
van 3 september 2013, 13/453 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. A.L. Kuit, advocaat, hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 januari 2015. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N. Zuidersma.
OVERWEGINGEN
Appellant woont in Marokko en heeft in juli 2011 bij de Svb een aanvraag ingediend voor kinderbijslag ten behoeve van zijn kind [naam kind], geboren [in] 1999. [naam kind] woont sinds haar geboorte samen met haar moeder op een ander adres dan appellant.
De Svb heeft de sociaal attaché verbonden aan de Nederlandse ambassade te Rabat onderzoek laten verrichten naar onder meer de vraag of appellant [naam kind] in belangrijke mate onderhoudt. De bevindingen en conclusies van dit onderzoek zijn neergelegd in het rapport van 21 mei 2012. Daaruit blijkt dat de moeder van [naam kind] heeft verklaard dat zij van appellant een bedrag van ongeveer 90 tot 110 euro per maand ten behoeve van het onderhoud van het gezin ontvangt, maar niet iedere maand.
Bij besluit van 13 december 2012 (bestreden besluit) heeft de Svb zijn besluit 4 juli 2012 gehandhaafd, waarbij geweigerd is aan appellant met ingang van het derde kwartaal van 2010 kinderbijslag toe te kennen op de grond dat hij [naam kind] niet in belangrijke mate heeft onderhouden.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep heeft appellant zijn in beroep aangevoerde gronden in essentie herhaald. Hij heeft aangevoerd [naam kind] wel in belangrijke mate te hebben onderhouden.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
In dit geding zijn aan de orde appellants aanspraken op kinderbijslag over het derde kwartaal van 2010 tot en met het tweede kwartaal van 2012.
Nu het kind in de in geding zijnde kwartalen niet tot het huishouden van appellant behoorde, kan appellant slechts aanspraak op kinderbijslag maken indien hij aannemelijk kan maken het kind in belangrijke mate te hebben onderhouden. Volgens vaste rechtspraak dient de verzekerde, voor een kind dat niet tot zijn huishouden behoort, op een voor de Svb eenvoudig te controleren wijze aan te tonen of aannemelijk te maken dat hij aan de onderhoudseis heeft voldaan.
Met de rechtbank wordt geoordeeld dat appellant niet aan deze vereisten heeft voldaan. Appellant heeft, ook in hoger beroep, geen bewijzen van stortingen of overmakingen van geldbedragen ten behoeve van het kind in de hier in geding zijnde kwartalen overgelegd. De door appellant gestelde contante betalingen aan zijn kind voldoen niet aan de hiervoor geformuleerde eis van eenvoudige controleerbaarheid.
Aan appellant is dan ook terecht kinderbijslag over het derde kwartaal van 2010 tot en met het tweede kwartaal van 2012 geweigerd. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van M. Crum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2015.
(getekend) E.E.V. Lenos
(getekend) M. Crum